Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

deiktisch - (aanwijzend)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

deiktisch [aanwijzend] {1886} < grieks deiktikos [bewijzend], van deiknumi [ik toon, toon aan, onovergankelijk: ik wijs].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

deikties b.nw.
Aanwysend, aanduidend van dit waaroor gepraat word.
Uit Ndl. deiktisch (1886).
Ndl. deiktisch uit Grieks deiktikos, met lg. van deiknumi 'ek toon (aan), ek wys' van deiknunai 'wys'.
Eng. deictic.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

deiktisch (Grieks deiktikos)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

deiktisch aanwijzend 1886 [KKU] <Grieks

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal