Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

degen - (stootwapen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

degen 1 zn. ‘steekwapen’
Mnl. degen [1447; Stall. I, 330]; vnnl. deggens (mv.) [begin 16e eeuw; MNW], deegen [begin 17e eeuw; WNT].
Wrsch. een leenwoord uit mhd. degen ‘(lange) dolk’ [15e eeuw] (nhd. Degen ‘degen’). Dit woord is op zijn beurt weer overgenomen uit een oostelijke dialectale vorm degue van Oudfrans dague [1229; Rey], een woord dat het Nederlands ook rechtstreeks als dagge ‘dolk’ heeft overgenomen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

degen2 [stootwapen] {degge(n), degen [dolk, degen] 1500-1536} < hoogduits Degen < oudfrans dague (vgl. dag2).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

degen 1 znw. m., eerst laat-mnl. < duits, vgl. laat-mhd. degen (om 1400 uit het Duitse Oosten), gaat terug op fra. dague (sedert de 14de eeuw bekend), maar ouder is mlat. dagua (12de eeuw Engeland), waarnaast daggarius (Schotland), waaruit ne. daggert. Uit het fra. dague werd mnl. mnd. dagge overgenomen. Het blijkt dus dat het woord ouder is dan uit de bronnen blijkt; misschien stamt fra. dague uit prov. daga, waarvan de herkomst onbekend is (men heeft zelfs gedacht aan herkomst uit perz. teg ‘zwaard’).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

degen znw. Sedert het laat-Mnl.komt het nu archaïstische dagge v. (ook degge) voor, dat wel uit fr. dague “dolk” ontleend zal zijn, sedert Kil. ook degen en het nu verouderde dagen, die misschien direct van laat-mhd. degen, dagen m. (nhd. degen) komen. Deze gaan zelf op mlat. dagua of een rom. vorm hiervan terug. Het woord komt het vroegst in lat. vorm (dagua, daggârius) op fr. en eng. bodem voor (12. eeuw resp. ± 1200), dan in het Fr. (dague) en Eng. (dagger), daarna in allerlei andere talen. Sommigen denken aan kelt. oorsprong.

[Aanvullingen en Verbeteringen] degen. Fr. dague enz. is als *daca “Dacisch zwaard” verklaard; vgl. ook de afl. *dacula, -um (ofr. daille, dail enz.) “sikkel, zeis”. Mlat. dagna eerst lang na de 12. eeuw.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

degen. De vroegst voorkomende vorm is mlat. daggârius (in Schotland); mlat. dagua komt later voor dan fr. dague. De verklaring van het woord uit een lat. *daca ‘dacisch (zwaard)’ is niet overtuigend. (Zie al v. Wijk Aanv.).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

degen m., gelijk Hgd. id., een afleid. van dag 3. Een ander w. is Mnl. degen = man, held, nl. Os. thegan, Ohd. degan, Ags. đegn (Eng. thane) + Skr. takma, Gr. téknon = kind: Idg. wrt. tek = voeden (z. díenen).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

degen s.nw.
Skerp steekwapen tans veral by die skermkuns gebruik.
Uit Ndl. degen (al Mnl.).
Ndl. degen uit Middelnederduits of Middelhoogduits Degen (15de eeu) uit oostelike Oudfrans degue, Oudfrans dague 'degen', lg. mntl. uit Vulgêrlatyn daca 'Daciese mes', so genoem na die Romeinse provinsie Dacië, tans in Roemenië.
Vgl. Eng. dagger (1375).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

degen (Duits Degen)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

degen ‘stootwapen’ -> Duits Degen ‘stootwapen’ (uit Nederlands of Frans); Indonesisch dégen ‘stootwapen’; Negerhollands deegen ‘stootwapen’; Papiaments † degel ‘stootwapen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

degen stootwapen 1500-1536 [MNW] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal