Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

declameren - (voordragen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

declameren ww. ‘voordragen’
Vnnl. declameren ‘voordragen’ [1631; WNT resumeeren], declameeren ‘uitvaren, fulmineren’ [1664; WNT]; nnl. Ik declameer ‘ik draag voor’ [1731-35; WNT]. De betekenis ‘fulmineren’ nog tot in de 20e eeuw [1911; WNT slagboom].
Rechtstreeks of via Frans déclamer [1542; Rey] < Latijn dēclāmāre ‘luid voordragen, roepen’, een samenstelling van dē- ‘weg, af’ (zie → de-) en clāmāre ‘roepen’, zie → claim.
declamatie zn. ‘voordracht’. Nnl. declamatie “uitspreking van een reden” [1720; Meijer], ‘voordracht’ [1828; WNT voorstelling]. Ontleend aan Frans déclamation ‘spreekoefening’ [1375; Rey] < Latijn < dēclāmātiō ‘het luid voordragen, roepen’.

EWN: declameren ww. 'voordragen' (1631)
ANTEDATERING: Declameren 'voordragen' [1553; Werve, D1va]
EWN: ♦ declamatie zn. 'voordracht' (1720)
ANTEDATERING: vnnl. zal … ghedaen worden eenighe declamatie byden scholieren vander ierster classe [1581; Ordinantie, A4v]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

declameren [voordragen] {1735} < frans déclamer < latijn declamare [zich oefenen in welsprekendheid, luid voordragen], van de [van boven af, intensief] + clamare [schreeuwen, aanroepen] (vgl. klaar).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

deklameer ww.
1. Voordra. 2. Hoogdrawend praat.
Uit Ndl. declameren (1631 in bet. 1, 1735 in bet. 2).
Ndl. declameren uit Fr. déclamer uit Latyn declamare 'jou oefen in welsprekendheid, luid voordra', met lg. van die intensiewe voorv. de- 'van bo af' en clamare 'skreeu, roep'.
D. declamieren (16de eeu), Eng. declaim (ongeveer 1385), It. declamare, Port. declamar, Sp. declamar.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

declameren (Frans déclamer)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

declameren voordragen 1735 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal