Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

december - (twaalfde maand van het jaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

december zn. ‘twaalfde maand van het jaar’
Mnl. december [1240; Bern.].
Ontleend aan de Latijnse maandnaam december, een afleiding van decem ‘tien’ (zie → tien), de tiende maand gerekend vanaf het oude jaarbegin op 1 maart. Zie ook → september, → oktober en → november, resp. ‘zevende’, ‘achtste’ en ‘negende maand’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

december [twaalfde maand] {1201-1250} < latijn (mensis) December, mensis [maand], december, van decem [tien]; oorspr. begon het jaar bij de Romeinen op 1 maart en was december dus de 10e maand van het jaar → januari.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

december znw. m., sedert mnl. < lat. December, de tiende maand na de jaarsaanvang op 1 maart. In het mnl. gebruikte men daarnaast namen als wintermaent, specmaent, horenmaent.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

december znw., sedert de 17. eeuw. Uit lat. December. Ook elders ontleend. Het Mnl. gebruikte verschillende woorden, zooals wintermaent, specmaent,hōrenmaent.

[Aanvullingen en Verbeteringen] december. Al mnl. (o.a. Rijmbijbel 24651).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

december. Reeds mnl. (v.Wijk Aanv.).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

December m., uit Lat. id. = 10e maand, toen het jaar met Maart begon; een afleid. van decem = tien (z.d.w.) met suff. -ber, waarvan de b aan een labiale of dentale aspirata beantwoordt, en dus in verband staat met ferre = dragen (z. baren en suff. -baar 6) of met Gr. -[Grieks]: meer is niet zeker.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

Desember s.nw.
Twaalfde maand van die jaar.
Uit Ndl. december (al Mnl.). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. december uit Latyn (mensis) December 'tiende (maand)', met lg. van decem 'tien'. Oorspr. was Desember die tiende maand, maar nadat Julius Caesar en Augustus Caesar twee maande na hulself vernoem het (onderskeidelik Julie en Augustus) en dié na Junie ingeskuif het, het Desember die twaalfde maand geword.
D. Dezember (13de eeu), Eng. December (ongeveer 1000), Fr. décembre, It. dicembre, Port. dezembro, Sp. diciembre.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

december (Latijn (mensis) December)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

december ‘twaalfde maand’ -> Indonesisch Désémber ‘twaalfde maand’; Madoerees dhesembēr ‘twaalfde maand’; Makassaars disêmberé ‘twaalfde maand’; Minangkabaus desember ‘twaalfde maand’; Nias desemba ‘twaalfde maand’; Soendanees Desembĕr ‘twaalfde maand’; Singalees desämbara ‘twaalfde maand’; Negerhollands december ‘twaalfde maand’; Papiaments desèmber ‘twaalfde maand’; Sranantongo deisèmber ‘twaalfde maand’; Sarnami desambar ‘twaalfde maand’; Surinaams-Javaans désèmber ‘twaalfde maand’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

december twaalfde maand 1240 [Bern.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal