Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

crypte - (ondergrondse ruimte onder een kerk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

crypte zn. ‘ondergrondse ruimte onder een kerk’
Vnnl. kripten (mv.) ‘krochten’ [1569; WNT]; nnl. crypten “onderaardsche holen, overwelfde kuilen, onderaardsche gangen, grafsteeden” [1777; Meijer] (daarvoor bij Meijer alleen als kunstwoord crypsis), crypta ‘bedekte plaats, in het bijzonder onderaardse kerk’ [1847; Kramers], krypte [1886; Kramers], ook crypte [1912; Koenen].
Al dan niet via Middelfrans cripte [14e eeuw; Rey] ontleend aan Latijn crypta ‘onderaardse plaats, grot’ < Grieks kruptē ‘verborgen plaats’, afgeleid van het bn. kruptós ‘geheim, verborgen’, bij de stam van krúptein ‘verbergen’, zie → cryptisch.
Hetzelfde Latijnse woord is al eerder ontleend en heeft zich in het Nederlands ontwikkeld tot → krocht, waarmee in 1240 [Bern.] Latijn crypta nog vertaald wordt. In een later glossarium [1440; Harl.] komt deze vertaling niet meer voor, dus wrsch. werd crypta of crypte toen al niet meer als vreemd woord gevoeld. Een derde woord uit Latijn crypta is het via het Italiaans ontleende → grot.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

crypte, crypt [onderaardse gang, grafkelder] {1569} < frans crypte < latijn crypta [overdekte gang, onderaardse gewijde ruimte, grot] < grieks kruptè [verborgen plaats], vr. van kruptos [verborgen, geheim], van kruptein [bedekken, verbergen, schuil houden, begraven].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

krip III: – kript – , Ndl. crypt(e), nog nie by Kil nie, Eng. crypt, Fr. crypte, Lat. crypta, Gr. kruptê, “ondergrondse gang”, hou verb. m. Ndl./Afr. grot, Eng. grot(to), Hd. grotte, Fr. grotte, It. grotta.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

crypt(e) (Frans crypte)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Crypta (Gr. kruptos = verborgen). Oorspronkelijk een plaats onder den grond, waarin de eerste Christenen hun godsdienstoefeningen hielden en hun dooden begroeven. Toen zij later hun godsdienst in het openbaar mochten belijden, werden boven die crypten, als zijnde de graven der martelaren, kerken gebouwd. Waar dergelijke crypten niet bestonden, werden zij bij het bouwen der kerk uitgegraven en dienden dan vaak als begraafplaats voor bisschoppen en andere aanzienlijke grootwaardigheidsbekleeders. Daarom noemde men in de eerste christenkerken de onderaardsche ruimte onder het altaar, die het graf van een martelaar bevatte, ook crypta. Later (in de 11e en 15e eeuw) werden deze ruimten vergroot en geheel als onderaardsche kapel (= kerkje) ingericht. Soms bevatten zij het graf van een bisschop of een ander voornaam geestelijke. Ook in enkele oude kerken hier te lande zijn crypta’s ontdekt, bijv. te Maastricht, Deventer, Geertruidenberg, enz.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

crypte onderaardse gang, grafkelder 1569 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal