Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

coupure - (grootte waarin bankbiljetten of aandelen worden uitgegeven; weggelaten passage)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

coupure zn. ‘grootte waarin bankbiljetten of aandelen worden uitgegeven’ (meestal mv.); ‘weggelaten passage’
Nnl. coupure ‘weggelaten passage’ [1890; WNT snede], coupure ‘nominaal bedrag waarin bankpapier, effecten enz. worden uitgegeven’ [1924; Dale], ‘bankbiljet van mindere waarde’ [1940; Verschueren], coupures ‘grootte van aandelen’ [1946; WNT toonder].
Ontleend aan Frans coupure ‘insnijding, onderbreking; (klein) bankbiljet’ < Oudfrans copeure ‘het snijden, hakken’, een afleiding van het werkwoord couper [12e e.], zie → couperen.

EWN: coupure zn. 'grootte waarin bankbiljetten of aandelen worden uitgegeven' (meestal mv.); 'weggelaten passage' (1890)
ANTEDATERING: vnnl. de voorschreve Coupure doen repareren 'de genoemde doorgraving laten herstellen' (spelling niet zeker) [1674; Register, 147]
Later: Het stuk had gemakkelijk een paar coupures kunnen ondergaan [1848; Caecilia, 7] (EWN: 1890)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

coupure [weglating van deel toneelstuk of film, grootte waarin bankpapier wordt uitgegeven] {1847 als ‘insnede’; van toneelstuk 1901-1925; van geld 1926-1950} < frans coupure, van couper (vgl. couperen).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

kopurre, kapurre, kopirre (O), zn. v.: lijk, kadaver; mager mens. Wellicht Fr. coupure ‘snee, kerf, wonde’ < Ofr. copeure, Mfr. coupeure < Fr. couper, Ofr. colper. De oorspr. bet. wellicht ‘met wonden overdekt lichaam, lijk’.

Thematische woordenboeken

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Coupure (Fr. coupure = insnijding).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

coupure ‘grootte waarin bankpapier wordt uitgegeven’ -> Indonesisch kopur ‘grootte waarin bankpapier wordt uitgegeven’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

coupure insnede 1875 [Aanv WNT] <Frans

coupure grootte waarin bankpapier wordt uitgegeven 1929 [KWT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal