Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

container - (laadbak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

container zn. ‘laadbak’
Nnl. container [1949; Dale].
Ontleend aan Engels container ‘houder, bak, vat’ [1502], ‘laadkist’ [1925], afleiding van het werkwoord contain ‘bevatten’ < Frans contenir ‘bevatten’ [12e eeuw] < Latijn continēre, gevormd uit → com- ‘samen’ en tenēre ‘houden’, zie → tenor.

EWN: container zn. 'laadbak' (1949)
ANTEDATERING: groote stalen "containers" [1925; NRC 27/6]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

container [laadbak] {1926-1950} < engels container, van to contain [bevatten] < frans contenir < latijn continēre [bijeenhouden, insluiten, inhouden], van com [samen] + tenēre [houden].

Thematische woordenboeken

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

container [kuntee:nuh] {bevatter} 1. grote kist, (vuilnis-)bak of zak; 2. grote, geheel afsluitbare stalen standaardbeladingskist voor schepen en vrachtauto’s, 2,44 m hoog en 3,05 m, 6,10 m, 9,15 m of 12,20 m lang, voor vervoer van stukgoed. Op grote schaal in gebruik sinds de tweede helft van de jaren zestig,

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

container zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = afvalbak, vuil(nis)bak. De afvalbak wordt op gezette tijden geleegd.
[ict] = formatteren, indelen.

container- samenst. Ontleend aan het Engels.
= laadkist-, laadbak-.
= verfraaien, vermooien.
[alg.] = opmaken, vormgeven. Als jij voor de tekst zorgt, dan maak ik hem voor je op.

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

autogordel [veiligheidsgordel voor inzittenden van een auto] (1968). Het Winkler Prins Boek van het jaar vermeldt een aantal nieuwe woorden die in de laatste vier à vijf jaar gemeengoed geworden zijn: aankoopadviseur, autogordel, betaalcheque, betaalpas, bouwpakket, braindrain, bulderbaan, commercial, container, doorkijkkleding, ergonomie, etherreclame, futurologie, gastarbeider, gevarendriehoek, gevelkiosk, haaietanden, jet-set, klaverblad, majorette, mondhygiënist, parkeerhalte, patio-woning, pep-pil, postgiromaat, quasars, sleutelkind, zwaailicht. In dit jaar is ook in kranten voor het eerst sprake van palingsound voor ‘Volendamse nederpop’, waarmee aanvankelijk de popmuziek van de Volendamse band The Cats werd aangeduid. De term is bedacht door diskjockey Joost den Draaijer, omdat de Cats-managers vaak paling meenamen naar uitzendingen.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

container laadbak 1948 [KWT] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

container, plural containers, de [kɔn'te:nər/s] Koenen 1974; Van Dale 1976. Compounds/derivations: containergebouw, containerschool, containerverhuurbedrijf; rolcontainer. Editorial comment: The word has also been found with spelling ‘k-’. This latter spelling is the only legitimate one in the first two compounds given above, in which the element ‘kontainer’ is actually a registered trademark, carried by the construction firm of ‘Jarino’. The word is used there with a different meaning, the term ‘kontainer’ being derived from ‘self-contained’. A ‘kontainergebouw’, therefore, is one consisting of ready-made units transported whole from the factory and simply joined together on the spot. Loanword from English container n.

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

Container (1969) (v. Eng.: to contuin: bevatten, inhouden) zeer grote kist van standaardformaat, waarmee goederen met verschillende speciaal daartoe ingerichte transportmiddelen (vrachtauto, schip, vliegtuig, spoorwagon) kunnen worden vervoerd zonder dat de goederen overgeladen behoeven te worden. Ook wel: laadkist. Voorts verzamelbak voor huisvuil bij flatgebouwen en campings die door de reinigingsdienst op geregelde tijden door lege vervangen worden.
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal