Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

concubine - (bijzit)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

concubine zn. ‘bijzit’
Mnl. zij hadden meestdeel haer cokebynen ‘zij hadden voor het merendeel concubines’ [1379; Stall.], concubine ‘bijzit’ [15e eeuw; MNW]; vnnl. concubine [1573; WNT hoer], concubijne ‘bijslaap, verleidster’ [1607; Kil.].
Al dan niet via Frans concubine ‘bijzit’ [1213; Rey] ontleend aan Latijn concubīna ‘met een ongetrouwde man [dus onwettig] levende vrouw’, een juridische term met name betrokken op een vrijgelatene, die niet wettig met een vrije kon huwen. Het woord is een afleiding bij het werkwoord concubāre ‘samenliggen’, gevormd uit → com- ‘samen, met’ en het werkwoord cubāre ‘rusten, slapen’.
concubinaat zn. ‘buitenechtelijke samenleving’. Vnnl. kinderen die ghewonnen sijn in concubinaetschape bij twee onghehoude persoonen ‘kinderen die verwekt zijn in concubinaat door twee ongehuwde personen’ [1570; Stall.], concubinaatschap [1588; WNT]. Ontleend aan Latijn concubīnātus.

EWN: concubine zn. 'bijzit' (1379)
ANTEDATERING: Ene hoere was die moeder sine, Ende dijns vader concubine [1300-25; MNW-R, Spiegel Historiael] (1379)
EWN: ♦ concubinaat zn. 'buitenechtelijke samenleving'; de vorm concubinaat (z.j.)
ANTEDATERING: concubinat [1620; Berkvens/Venner, 360, § 7, 2]
Eerder: concubinagie in: daeromme verbieden de canonijcke rechten de concubinagien 'daarom verbiedt het kerkelijk recht de buitenechtelijke samenlevingen' [1503-16; iWNT fornicatie]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

concubine [bijzit] {1451-1500} < frans concubine < latijn concubina [vrouw die buiten echtverbintenis samenleeft, maîtresse], van com- [samen] + cubare [liggen, slapen], verwant met cubiculum [(slaap)kamer].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

koeketiene (E, G, L, ZO), zn. v.: geliefde, liefje, bijzit, minnares (E, G, L, ZO), oudere opgesmukte vrouw (R). Ook Brugs en Oostends. Volksetymologisch uit Fr. concubine 'bijzit' < Lat. concubina < concumbere 'het bed delen'.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

koeketiene (B, O), zn. v.: geliefde, liefje, bijzit, minnares. Ook Gents. Volks-etymologisch < Fr. concubine ‘bijzit’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

concubine bijzit 1451-1500 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal