Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

communicatie - (mededeling)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

communiceren ww. ‘informatie uitwisselen; te communie gaan’
Mnl. communis(i)eren ‘communie toedienen, ontvangen’ [1458; MNHWS], communiceren ‘bespreken, onderhandelen’ [1469; MNHWS], communiciert ‘de communie ontvangen’ [1469; MNW-R]; vnnl. communiceren ‘ter hand stellen, meedelen’ [1548; MNHWS], communiqueren ‘meedelen, toelichten’ [1569; WNT toogen I].
BN communiëren ‘communie ontvangen’ is ontleend aan Frans communier ‘deelnemen’ [ca. 980; Rey] < Latijn commūnicāre ‘deelnemen (aan)’, een afleiding van het bn. commūnis ‘gemeenschappelijk’, zie → commune. De vorm communiceren (Zuid-Nederlands dial. communikeren) ‘communiceren, in verbinding staan’ is rechtstreeks ontleend aan Latijn commūnicāre, of gevormd met het productieve Nederlandse achtervoegsel -ceren.
communicatie zn. ‘verbinding; uitwisseling van informatie’. Mnl. communicacie ‘onderhandeling’ [1488; MNW cortinge], ‘mededeling, kennisgeving’ [eind 15e eeuw; MNW wethouder]; vnnl. communicatie ‘overleg’ [1535; WNT zwarigheid], ‘communie, deelneming aan het Avondmaal’ [1620; WNT Supp. attestatie]; nnl. communicatie ‘verbinding’ [1873; WNT]. Ontleend aan Frans communication < Latijn commūnicātiō, afleiding van commūnicāre.

EWN: ♦ communicatie zn. 'verbinding; uitwisseling van informatie' (1488)
ANTEDATERING: de communicatie des bloeds Christi 'de gemeenschap met het bloed van Christus' [1384-95; MNW-P, N.T. in de Zndl. Vert.]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

communicatie [mededeling] {1467-1490 in de betekenis ‘overleg, onderhandeling’} < oudfrans communication < latijn communicationem, 4e nv. van communicatio [het mededelen, in chr. lat. ook omgang], van communicare (verl. deelw. communicatum) (vgl. communicant).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

communica’tie (de, -s), weg langs rivier of kreek*, plantages* (A.1-3) verbindende. Hij hield drie prachtige luxe-paarden op na; voor den dienst had de onderneming eigen paarden. De communicatie langs de plantages was uitstekend en leende zich goed voor rijtoertjes (Bartelink 26). - Etym.: Het woord betekent ‘verbinding’. Misschien is het van oorspr. de afk. van communicatiepad (zie Van Schaick 1866: 113, 135) en communicatieweg (zie Bartelink 29).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

communicatie ‘mededeling’ -> Indonesisch komunikasi ‘mededeling’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

communicatie mededeling 1467-1490 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal