Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

commissaris - (gevolmachtigde; hoge functionaris)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

commissaris zn. ‘gevolmachtigde; hoge functionaris’
Mnl. commissarise van Vrankerike ‘zaakgelastigde van Frankrijk’ [1350-84; MNW vervolgen], commissari(j)s ‘gelastigde’ [1353; MNHWS], commissarise ‘toezichthouders’ [1370-78; MNW vlot], commissarissen of kiesers ‘arbiters of beoordelaars’ [1476; MNW kieser(e)]; vnnl. commisarien (mv.) ‘onderzoeksrechters’ [1651; WNT]; nnl. commissarissen van politie ‘hoge politiefunctionarissen’ [1851; WNT], commissarissen des konings (mv.) ‘gezagsdragers (in de provincies)’ [1856; WNT].
Ontleend aan middeleeuws Latijn commissarius, een afleiding met het achtervoegsel -ārius, zie → -aar, van Latijn commissus, verl.deelw. van committere ‘toevertrouwen, samenvoegen’, zie → commissie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

commissaris [gevolmachtigde] {commissari(j)s [gelastigde, gemachtigde] 1353} < middeleeuws latijn commissarius [commissaris], van latijn committere (vgl. commissie).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kommissaris: amptenaar by regspleging (bv. Naturellekommissaris); gevolgmagtigde v. ’n regering, ens.; Ndl. commissaris/kommissaris (blb. sedert 17e eeu) uit Ll. commissarius (afl. v. ww. committere in bet. “opdra, toevertrou”) – voor kommissaris gaan (van vroeër) = voor die landdros/magistraat trou (van vandag), vgl. Scho TWK/NR 7, 2, p. 9, en kommissarismaal (van vroeër) = huweliksonthaal/-resepsie (van vandag), vgl. Scho (t.a.p.).

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

commissarisje Alleen aangetroffen in een boekje met marinejargon. Omstreeks 1980 werd commissarisje bij de Nederlandse marine gebruikt voor een glaasje jonge jenever met Berenburg. Dit drankje stond ook bekend als koetsiertje. De herkomst van commissarisje is niet bekend. Een verband met het verouderde Parijse argotwoord commissaire ‘kruik, pint’, is onwaarschijnlijk.

[Harmsen 29]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

commissaris ‘gevolmachtigde’ -> Fries kommissaris ‘gevolmachtigde’; Indonesisch komisaris ‘gevolmachtigde; politiechef; directeur’; Boeginees kumæsârisí ‘gevolmachtigde’; Javaans kumisaris ‘gevolmachtigde’; Madoerees komisarīs ‘gevolmachtigde’; Soendanees komisaris ‘gevolmachtigde’; Singalees komasāris, komatāris ‘gevolmachtigde’; Tamil dialect † komēcāyiru ‘gevolmachtigde’; Sranantongo komsari ‘gevolmachtigde’; Sarnami komsáras ‘gevolmachtigde’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

commissaris van de Koning [bestuurder van een provincie] (1850). In 1850 wordt de Provinciewet ingevoerd. Hiermee wordt de functie in het leven geroepen van ‘commissaris van de Koning’, vertegenwoordiger van de Koning in een provincie en voorzitter van de Provinciale en Gedeputeerde Staten.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

commissaris gevolmachtigde 1353 [HWS] <ME Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal