Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

collecte - (geldinzameling)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

collecte 1 zn. ‘geldinzameling’
Vnnl. collecte ‘inning van belastingen’ [1600; WNT], ‘inzameling van geld’ [1649; WNT]; eerder al collectatie ‘inning van belasting; boete’ [1582; Stall.].
Via Frans collecte ‘inning van belastingen’ [1385; Rey] ontleend aan Latijn collēcta, letterlijk ‘het verzamelde’ (als in collēcta pecūnia ‘het verzamelde geld’), het verl.deelw. (vrouwelijk) van colligere ‘verzamelen’ (letterlijk ‘samen-lezen’), gevormd uit → com- ‘samen’ en het werkwoord legere ‘verzamelen, lezen’, zie → legende; zie ook → collectie.
Het woord heeft in het Frans dezelfde betekenisontwikkeling doorgemaakt als in het Nederlands, van ‘belasting innen’ naar ‘inzamelen van vrijwillige gaven’ [17e eeuw; Rey]. Eerder had het al de liturgische betekenis, zie → collecte 2.
collecteren ww. ‘innen, inzamelen’. Vnnl. collecteren ‘innen (van belastingen)’ [1582; WNT], gecollecteerd (verl.deelw.) ‘ingezameld (van vrijwillige bijdragen)’ [1663; WNT]. Ontleend aan Frans collecter ‘innen’ [1320; Rey], afleiding van het zn. collecte. ♦ collectant zn. ‘inzamelaar’. Nnl. collectanten (mv.) ‘inzamelaars van geld in de kerk’ [1765; WNT], ‘inzamelaars van geld voor een goed doel’ [1938; WNT vastenavond]. Pseudo-Franse vorming, evenals Duits Kollektant; het Frans heeft collecteur.. ♦ collecteur zn. ‘inzamelaar’. Mnl. collecteur ‘belastinginner’ [1415; MNW utelech]; vnnl. collecteur ‘inzamelaar van gelden in de kerk’ [1566; WNT collecteeren], ‘belastinginner’ [1665; WNT collecteeren]. Ontleend aan Frans collecteur ‘inner, inzamelaar’ [1315; Rey] < Laatlatijn collector ‘id.’, een afleiding van Latijn colligere.

collecte 2 zn. ‘kort gebed’
Mnl. collecten (mv.) ‘korte gebeden’ [1340-60; MNW-R], die eerste collecta ‘het eerste korte gebed’ [1450; MNW].
De Middelnederlandse vorm collecte is ontleend aan Frans collecte ‘kort gebed tussen het Gloria en de Epistellezing’ [voor 1250; Rey], dat teruggaat op Latijn collēcta ‘verzameling’, zie → collecte 1. In het christelijk Latijn kreeg collecta de betekenis ‘verzamelde gelovigen’ en een oratio ad collectam was dan het korte gebed dat de priester uit naam van alle aanwezigen uitsprak. De Middelnederlandse vorm collecta is rechtstreeks ontleend aan het Latijn en wordt ook in het Nieuwnederlands nog wel gebruikt (1961; Dale).

EWN: collecte 1 zn. 'geldinzameling' (1600)
ANTEDATERING: impositien, collecten exactien en andere lasten (allerlei aanduidingen van belastingen) [1515; iWNT exactie]
Daarnaast ook: van heurder collectatie 'van hun belastinginning' [1544; Keyser, 13] (EWN: 1582)
EWN: ♦ collecteren ww. 'innen, inzamelen' (1582)
ANTEDATERING: te doen collecteren 'te doen innen' [1544; Keyser, 4]
EWN: ♦ collecteur zn. 'inzamelaar' (1415*)
ANTEDATERING: colectoers 'inzamelaars van precariegelden' [1497; MNHWS]
{* De oudste datering in het EWN moet niet zijn 1415, maar: na 1500, de datering van het handschrift waarin deze attestatie voorkomt.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

EWN: collecte 2 zn. 'kort gebed' (1340-60)
ANTEDATERING: collechte 'gebed uitgesproken over de gemeente' [1240; VMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

collecte [geldinzameling] {1600} < frans collecte < latijn collecta [bijdrage tot een gemeenschappelijk maal, inzameling], van colligere [samenlezen, verzamelen, bijeenbrengen], van com- [samen] + legere [verzamelen, uitkiezen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

collecte znw. v., reeds ± 1600 in gebruik voor ‘invordering der belastingen’ < fra. collecte (sedert de 14de eeuw) < lat. collecta. In de betekenis van ‘altaargebed’ is mnl. collecte eveneens < fra. collecte (in deze betekenis sedert de 13de eeuw bekend).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

collecte znw. In de bet. “invordering van directe belastingen” reeds in 1600 (1582 reeds collectatie in dgl. bet.). Uit fr. collecte < lat. collecta. Uit ’t Lat. het reeds mnl. collecte v. “een soort gebed”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

klek, zn.: collecteschaal. Samentrekking van collecte via kelekt door verdoffing van de voortonige o.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

collecte (Frans collecte)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

collecte ‘(geld)inzameling’ -> Indonesisch kolékte ‘(geld)inzameling’; Kupang-Maleis kolèkte ‘(geld)inzameling’; Negerhollands collecte ‘(geld)inzameling’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

collecte (geld)inzameling 1600 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal