Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cocaïne - (alkaloïde uit de coca)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

coca zn. ‘(bladeren van) de struik Erythroxylon
Vnnl. vanden cruyde welck sy coca noemen ‘van het kruid dat zij coca noemen’ [1564; WNT], cnaeuwen sij dese Coca met Tabacbladeren ‘kauwen zij deze coca met tabaksbladeren’ [1608; WNT].
Ontleend via Spaans coca ‘id.’ aan Aymará en Quechua coca, cuca ‘cocastruik’. Aymará is een (bedreigde) indiaanse taal in Peru en Bolivia; Quechua, uit dezelfde taalgroep, was de taal van de Inca's en heeft nog zeer vele sprekers. De bladeren van de cocastruik worden als genot- en roesmiddel gekauwd. Zie ook → cola.
cocaïne zn. ‘verdovend en roesmiddel gewonnen uit de cocastruik’. Nnl. cocaïne ‘id.’ [1898; Sijs 2001], “werkzame alkaloïde uit coca” [1914; Dale]. Ontleend aan Frans cocaïne [1856; Rey], afleiding van coca met het achtervoegsel -ine waarmee chemische verbindingen worden aangeduid. Cocaïne is de werkzame alkaloïde uit bladeren van de cocaplant.

EWN: ♦ cocaïne zn. 'verdovend en roesmiddel gewonnen uit de cocastruik' (1898)
ANTEDATERING: In massa geroken doet de cocaïne een narcotische geur waarnemen [1864; NTvG, 28]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cocaïne [alkaloïde uit de coca] {1898} afgeleid van coca.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cocaïne znw. v. narcotisch middel, gewonnen uit de in Peru en Bolivia groeiende struik Erythroxylon coca, waarvan de Indianen de gedroogde bladeren gebruikten om grote inspanning en honger gemakkelijker te verduren. Deze plant heet coca, dat afkomstig is van het Ketsjoea-woord koka, kuka.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kokaïne s.nw. Ook kokaïen.
Pynstillende en plaaslike verdowende middel wat ook as genotmiddel gebruik word en as sodanig maklik verslawend is.
Uit Ndl. cocaïne (1898).
Ndl. cocaïne is 'n afleiding van coca (1564) 'blare van 'n Peruviaanse struik', met lg. uit Sp. coca.
Eng. cocaine (1874).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cocaïne (Spaans cocaína)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cocaïne ‘alkaloïde uit de coca’ -> Indonesisch kokaine ‘alkaloïde uit de coca’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cocaïne alkaloïde uit de coca 1898 [GVD] <Spaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal