Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

clochard - (dakloze, zwerver)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

clochard zn. ‘dakloze, zwerver’
Nnl. clochard ‘zwerver, dakloze in Parijs’ [1968; Kramers II], ‘dakloze, zwerver’ [1976; Dale].
Ontleend aan Frans clochard [1895; Rey], afleiding van het werkwoord clocher ‘mank lopen’ [ca. 1200-20], ouder clochier en clocier [ca. 1120], afgeleid van vulgair Latijn *cloppicare ‘mank lopen’, afgeleid van Latijn cloppus ‘mank’; volgens Rey is de expressieve verdubbeling van de medeklinker typisch voor woorden die een lichamelijk gebrek aanduiden en vertoont het woord dezelfde beginklanken als Latijn claudus ‘mank’, waar het voor in de plaats is gekomen.

EWN: clochard zn. 'dakloze, zwerver' (1968)
ANTEDATERING: Altijd weer die clochards [1927; De Telegraaf (KB) 4/1]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

clochard [dakloze, zwerver] {na 1950} < frans clochard, van clocher [mank lopen], van latijn cloppus [mank], mogelijk van grieks chōlopous [mankpoot], van chōlos [mank] + pous [voet].

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

clochard (Frans clochard)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

clochard dakloze, zwerver 1976 [GVD] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal