Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cité - (stadscentrum)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cité [stadscentrum] {1847} < frans cité < oudfrans cite (vgl. city).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

cité, zn.: overdekte straat, winkelgalerij. Fr. cité ‘stad, stadskern, woningcomplex, wijk’. Aan deze laatste betekenis beantwoordt Kortrijks cité, meestal dim. citeetje, ‘blinde steeg, slop’, eigenlijk een relict van de Franse straatnaambordjes in de Franse tijd. Fr. cité < Lat. civitatem, acc. van civitas ‘geheel van de burgers > stad’.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cité (Frans cité)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal