Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cinchona - (bomengeslacht)

Thematische woordenboeken

T. Beijer en C.G.L. Apeldoorn (1996), Woordenboek van medische eponiemen, Houten

Cinchona: Peruviaans bomengeslacht waarvan de schors (quina-quina, ‘schors der schorsen’) het alkaloïd kinine bevat, een geneesmiddel tegen malaria en andere ziekten met koorts. Cinchonisme is het eponiem voor kininevergiftiging.
De koortswerende werking van de gemalen schors van deze boom uit Peru was mogelijk al bij de Inca’s bekend. De jezuïeten die als missionarissen in Peru werkten kenden haar in elk geval. In 1633 schreef een Spaanse jezuïet: ‘Het heeft miraculeuze resultaten opgeleverd in Lima.’ (Modell) Hoogstwaarschijnlijk hebben de geestelijken de gemalen schors naar Europa gebracht, waar de stof al spoedig onder de naam ‘jezuïetenpoeder’ verkocht werd. Niet iedereen was met het poeder ingenomen; zeker voor Calvinisten was de naam nogal beladen. De Engelse staatsman Cromwell, een felle papenvreter, weigerde een Jesuit treatment voor de anderdaagse koorts waaraan hij al jaren leed. Zijn halsstarrigheid werd hem fataal: in 1658 overleed hij aan malaria.
Het verhaal gaat dat gravin Ana de Chinchón (1576-1641), echtgenote van de Spaanse onderkoning van Peru, door een infuus van de gemalen schors van haar koortsen genas en het middel in Europa introduceerde. Maar hoewel dit een fabeltje is (Haggis), was het verhaal zo bekend dat men de gemalen schors in die tijd ook wel los polos de la Condeca, ‘gravinnepoeder’ noemde. De Zweedse botanicus Linnaeus geloofde het verhaal wel en nam in 1742 het bomengeslacht op in zijn Genera Plantarum onder de naam Cinchona. Door haar naam fout te spellen - hij vergat de letter ‘h’ - deed hij de gravin weinig eer aan. Latere wetenschapsmensen hebben dit vergeefs geprobeerd te herstellen (Sanders).
Naast kinine en kinidine bevat de schors nog wel twintig andere alkaloïden. In 1820 gelukte het de Franse chemicus Joseph Pelletrier (1788-1842) kinine uit de bast te isoleren. In de Tweede Wereldoorlog kon men het middel synthetisch bereiden. Uit het kininemolecuul zijn de meeste hedendaagse antimalariamiddelen en antipyretica afgeleid.
Ongeveer een eeuw later vond men voor kinine een tweede toepassingsmogelijkheid. In 1749 vermeldde de Parijse arts Jean Baptiste de Sénac (1693-1770) in zijn Traité de la structure du coeur, de son action et de ses maladies dat kinine gemengd met rabarber een excellent middel tegen palpitaties was. Langdurige en hardnekkige hartkloppingen, ‘des palpitations rebelles & longues ont cédé à ce fébrifuge’, zouden door dit koortsdrijvend middel verdwijnen.’ (Haneveld) Zoals maar al te vaak werd op Sénacs publikatie geen acht geslagen. De ‘herontdekking’, die ruim anderhalve eeuw op zich liet wachten, vond plaats in de spreekkamer van de bekende Nederlandse hoogleraar Karel Frederik Wenckebach (1864-1940). Wenckebach, een arts met grote belangstelling voor de cardiologie, werd op die bewuste dag in 1912 geconsulteerd door een patiënt uit Nederlands-Indië. Deze klaagde over een abnormale hartslag. Na Wenckebachs onderzoek en de mededeling dat hij weinig kon doen, verklaarde de patiënt dat hij zichzelf wel zou helpen. De volgende dag kwam de man terug en tot Wenckebachs grote verbazing was het hartritme geheel normaal. Bij navraag bleek dat de patiënt een kleine dosis kinine genomen had. Van die tijd af gebruikte Wenckebach, en velen met hem, kinine bij verschillende hartritmestoornissen. Later ontdekte men dat kinidine in veel kleinere hoeveelheden hetzelfde effect heeft als zijn vrijwel identieke tweelingbroer kinine. Nieuwe synthetische middelen hebben later het gebruik van kinine en kinidine in de cardiologie grotendeels verdrongen.

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Cinchóna L. [C. Linnaeus], - genoemd naar Ana de Osorio, gravin van Chinchón, in de eerste helft der 17de eeuw echtgenoote van een onderkoning van Perú. Door een hardnekkige malaria aangetast besloot zij in 1638 gebruik te maken van een Indiaansch geneesmiddel, haar aangeraden door den gouverneur van Loxa, die het zelf acht jaren voordien met succes had gebruikt, kinabast, waarvoor de koorts inderdaad week. Het volgende jaar bracht zij een groote hoeveelheid van den bast over naar Europa en schonk die aan kardinaal Lugo, die het nieuwe geneesmiddel medenam naar Rome, waarvan de omstreken door malaria verpest waren. Ook daar werden goede resultaten bereikt en van dien tijd af maakten de Jezuïeten propaganda voor het middel, waaraan men den naam schonk: poeder der gravin (de la Condésa) of Jezuïetenpoeder.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal