Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cicerone - (gids)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cicerone [gids] {1824} < hoogduits Der Cicerone, een gids voor Italië, van J. Burckhardt (1855) < italiaans cicerone [idem], van Cicero, de beroemde Romeinse redenaar, vanwege diens welbespraaktheid.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

cicerone: “begeleier, gids”, veral bek. aan reisigers wat Italië besoek het; Eng. (sedert eerste kwart 18e eeu), Fr. (sedert mid. 18e eeu) en It. cicerone, na die naam v. d. Romeinse redenaar, Cicero.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Ciceróne noemt men in Italië (en vooral te Rome en Napels) een gids; vandaar dat men ook bij ons wel spreekt van: “Mijn cicerone in den St.-Pietersberg.” Men ziet in het woord verwantschap met Cicero, den beroemden Romeinschen redenaar, om aldus te zinspelen op de woordenrijkheid der gidsen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal