Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cholera - (zeer besmettelijke ziekte)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

cholera zn. ‘zeer besmettelijke ziekte’
Mnl. colere ‘bepaalde ziekte of klachten’ [1253; CG II, Gez.reg.], Waken ende colera ende slage, ‘slapeloosheid en buikpijn/buikloop en buikkrampen’ [1460-62; MNW-P]; vnnl. colera ‘gal; ziekte veroorzaakt door gal’ [1514; WNT twee en verkomen], Chólera “Een siecte in der magen als men geheel water van bouen ende van onder quijt wort” (‘een ziekte in de maag, als men van boven en van onder veel water kwijtraakt’) [1562; Kil.], Cholera ‘ziekte gepaard met heftig braken en ernstige buikloop’ [1608; WNT braking]; nnl. cholera ‘gevaarlijke besmettelijke ziekte’ [1817; WNT].
De oude vormen met c- (zonder -h-) zijn ontleend aan Latijn c(h)olera ‘woede, toorn’, eerder ook al ‘gal; galkwaal’ < Grieks kholérā ‘id.’, een afleiding van Grieks kholḗ ‘gal’ en khólos ‘gal; woede’. In het Middelnederlands betekende colera, colere ‘(rode) gal’, in de middeleeuwse geneeskunde een van de vier lichaamssappen van de mens die het temperament bepaalden (zie → temperament). De rode gal (‘heet en droog’) werd gezien als het lichaamssap van de toorn, zoals o.a. blijkt uit woorden voor ‘(gal), woede, toorn’ in verschillende talen: Middelhoogduits colera, Middelengels coler, colorie, colera, Frans colère, Italiaans collera; Grieks khólos had ook al de betekenis ‘woede, toorn’. Deze betekenis verschijnt in het Middelnederlands vooral in vormen als colerie ‘woede, cholerische eigenschap of aanval’ [1480; MNW], maar ook vnnl. colere, bijv. Dat menze in zyn colere tegen de muur zou kletzen [1697-98; WNT kletsen I], zie → cholerisch en zie ook → kolder. Ook betekent het woord al sedert het Middelnederlands ‘buikloop, buikpijn; klachten veroorzaakt door de gal’; het Griekse woord kholérā was reeds een aanduiding voor verschillende soorten buikklachten en ziekten van de spijsverteringsorganen, waaronder de ‘echte’ cholera. Het woord is uiteindelijk in de Griekse vorm (met ch-) internationaal gehecht aan deze zeer besmettelijke ziekte, die gepaard gaat met ernstige buikloop, bijv. ook Frans choléra, ouder cholere [1546; Rey], Engels cholera [1565-78; BDE].
De verdere etymologie van Grieks kholḗ ‘gal’, khólos ‘gal; buikkwaal’ is onduidelijk, misschien is er verband met Grieks kholás (mv. kholádes) ‘ingewanden, darmen’; voor de afleiding kholérā ‘galziekte, galkwaal’ wordt ook wel verband voorgesteld met Grieks kholé(d)rā ‘afvoergoot’, maar dit is weinig waarschijnlijk.
Zie ook → klere-.

EWN: cholera zn. 'zeer besmettelijke ziekte'; de vorm cholera (1562)
ANTEDATERING: tho dem cholera 'tot cholera' [1528; Brunfels, 110r]
Later: Ende drijft af ... die humoren, Cholera geheeten [1543; Fuchs, cap.24, d2v]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cholera [besmettelijke buikloop] {1567 als ‘gal’; als ‘buikpijn door de vloeiing van gal’ 1588, vgl. colera [een der vier het karakter bepalende hoofdvochten, hartstocht] 1287} < latijn cholera [geelzucht] < grieks cholera [hevige darmcatarre, cholera], van cholè [gal], cholas [ingewanden] en cholos [toorn, wrok] → klere, kolder2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cholera znw. v. < lat. cholera < gr. choléra ‘ziekte waarbij de lichaamsvochten door braken en stoelgang heftig uitgescheiden worden’ (dit zijn ook de verschijnselen der cholera); dit woord is hetzelfde als Hes. choléra waarnaast ook cholédra ‘een naar beneden lopende dakgoot’, dat men verder verbindt met gr. cholás (-ádos) ‘holte tussen borstbeen en zijden’, in het mv. ‘ingewanden, darmen’, vgl. osl. želądŭkŭ ‘maag’.

Boisacq 1065 voert deze woorden op idg. wt. *ĝhel terug. Deze is een homoniem van *ĝhel ‘geel, groen, grauw’, waarvan gal afgeleid is, maar zeker niet daaraan gelijk te stellen. De gewone afl. van gr. chólos ‘gal’ past niet voor de verschijnselen van de ziekte.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

cholera znw. Nnl. uit gr.-lat. cholera “gal, galziekte”. Hierop gaat ook mnl. colèra, colère v. “een van de vier hoofdvochten van den mensch; buikloop” terug, via mlat. colera (> fr. colère). Cholera is een internationaal woord.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

cholera v., uit Gr.-Lat. id. = galzucht, van kholē = gal (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

cholera s.nw.
Akute, besmetlike siekte.
Uit Ndl. cholera (1588).
Ndl. cholera uit Latyn cholera uit Grieks Xolera
uit Xole 'gal, woede'. Die woord kom eers teen die einde van die 16de eeu in dié bepaalde vorm en toepassing in Ndl., Eng. en Fr. voor.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

cholera: besmetlike siekte wat versk. vorme aanneem; die ben. hou verb. m. Lat. cholera, Gr. χolera (uit Gr. χolê, “gal”) en kom in die bep. vorm en toep. in Ndl., Eng. en Fr. blb. eers teen die end v. d. 16e eeu voor, maar ander vorme en toep. reeds vroeër.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cholera (Latijn cholera)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

cholera. De grondvorm waarop het hoogfrequente krijg de kolere! teruggaat, komt in mijn materiaal weinig voor. Ik vond slechts eenmaal de verwensing krijg de cholera! De letterlijke betekenis ‘infectieziekte gepaard met hevige waterdunne diarree en braken’ is hier afgezwakt tot ‘donder op, ik walg van je’ en is een vertolking van de emoties minachting, woede, ergernis, wrevel enz. De verwensing wordt ook versterkt, zoals in krijg de choleratering! doodsklere, jancholera, kolere.

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

erger dan de cholera In de literatuur over gedestilleerde dranken wordt de curieuze borrelnaam erger dan de cholera verklaard als een verbastering van het Duitse echter Wacholder. Nu is Wacholder, een Duitse alcoholische drank van graan en jeneverbessen, in de volksmond inderdaad gruwelijk verhaspeld, maar de herkomst van erger dan de cholera moet heel ergens anders worden gezocht. Deze borrelnaam gaat terug op de titel van een pamflet waarmee dominee O.G. Heldring in 1838 frontaal de aanval opende op de jeneverindustrie. In dit 56 pagina’s tellende pamflet, dat is getiteld De jenever erger dan de cholera, toonde Heldring met harde cijfers aan ‘hoe steden, dorpen [en] huizen, dagelijks verpest worden door de treurigste uitvinding der menschheid’. Terloops merkte hij op: ‘Ik kan niet voorbij, hier te doen opmerken, dat de uitvinding van het gebruik van den jenever een geschenk is der Mooren, toen zij Europa verlaten moesten.’
De gezamenlijke jeneverstokers van Schiedam sloegen in 1839 terug met een eigen pamflet, dat slechts vier pagina’s telt. Hierin somden zij de vele zegeningen van de jenever op. Het was goed voor de gezondheid, een troost voor Jan met de pet (‘den zogenaamden gemeenen man’), een rijke bron van inkomsten voor de groot- en kleinhandel en een goudmijn voor de schatkist. Daarnaast was het een ‘smakelijk dwangmiddel’ in de handen van de zendelingen ‘om door goed voorbeeld onze koper- en koffijkleurige natuurgenooten tot het christendom over te halen’. Tot slot was jenever een onuitputtelijke bron van inspiratie voor onze taal.
Hildebrand ridiculiseerde Heldrings pamflet in 1839 in de Camera Obscura:

... waarop tante, na alvorens haar bril te hebben afgezet, een kastje opende en daaruit te voorschijn bracht een fleschje met van der Veen's elixer, een fleschje met “erger dan de cholera”, en drie glaasjes. Oom wenschte mij frisschen morgen.

Als schertsende benaming voor jenever is erger dan de cholera alleen in de Camera Obscura aangetroffen. Wel stond in 1844 in het boekje Physiologie van Amsterdam:

Dan spoedt hij zich huiswaarts, waar hij zeker is een fleschje van dat vocht, waartegen Ds. Heldering [sic] zoo te velde trekt, in gereedheid te vinden, vergezeld van een klein fleschje van der Veen’s maagëlixter [sic].

Overigens noemde Beets het later ‘eenigszins lichtzinnig’ dat zijn alter ego Hildebrand zo een loopje met Heldring had genomen. Hij zette dit in 1876 — tien jaar na Heldrings dood — recht door een levensbericht over hem te schrijven waarin hij het pamflet De jenever erger dan de cholera juist prees. Tijdens de cholera-epidemie van 1830-1840 werd jenever in Duitsland trouwens gepropageerd als geneesmiddel tegen deze ziekte. Uit die periode stamt de uitdrukking Schnaps ist gut für die Cholera.
Vergelijk pestdrank en volkskanker.

[Ntg 14:282; Verstraaten 1995:83; WNT III2 2018; Wschat 259]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cholera ‘besmettelijke buikloop’ -> Indonesisch koléra ‘besmettelijke buikloop’; Ambons-Maleis koléra ‘besmettelijke buikloop’; Boeginees kolêra ‘besmettelijke buikloop’; Javaans kolérah ‘besmettelijke buikloop’; Kupang-Maleis koléra ‘besmettelijke buikloop’; Menadonees koléra ‘besmettelijke buikloop’; Minangkabaus kalera, kulera ‘besmettelijke buikloop; krachtterm’; Sasaks kurerah ‘besmettelijke buikloop’; Soendanees kolera ‘besmettelijke buikloop’; Ternataans-Maleis koléra ‘besmettelijke buikloop’; Japans korera ‘besmettelijke buikloop’; Chinees † huliela ‘besmettelijke buikloop’ <via Japans>;? Koreaans k'ollŏra, k'ollera ‘besmettelijke buikloop’ <via Japans>; Negerhollands kālara ‘besmettelijke buikloop’; Papiaments kólera ‘besmettelijke buikloop’; Sranantongo kolera ‘besmettelijke buikloop; gekkenhuis’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † kalara ‘besmettelijke buikloop’ <via Negerhollands>.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

cholera. Cholera als benaming van een besmettelijke buikloop komt in het Nederlands sinds de zestiende eeuw voor; vóór die tijd gebruikte men de vorm colere, colera. Beide vormen zijn ontleend aan het Latijn: naast de klassiek Latijnse vorm cholera (uit het Grieks) bestond in het middeleeuwse Latijn de vorm colera. De Nederlanders brachten de westerse medische kennis en de namen van ziektes (vaak samen met die ziektes) naar hun overzeese gebiedsdelen. Als gevolg hiervan is het Nederlandse woord cholera geleend door het Indonesisch en Sranantongo als kolera, door het Papiaments als kólera, door het Japans als korera (voor het eerst aangetroffen in 1822) en door het Koreaans (via het Japans) als k'ollera. Dit woord (deze combinatie van karakters) is ook wel in het Chinees gebruikt en werd dan uitgesproken als /huliela/.

In het Japans wordt korera volgens de japanoloog Frits Vos regelmatig verbasterd tot korori, omdat lijders aan cholera na een paar dagen plotseling overlijden: in het Japans heet een plotselinge dood korori-to shinu. Ook is het woord korera aangetroffen in een spelling met drie Chinese karakters, een voor iedere lettergreep, die apart betekenen 'tijger-wolf-diarree'. In het dialect van Nagasaki wordt cholera volgens Vos tonkoro genoemd, een woord waarvan men beweert dat het is afgeleid van ton (het geluid van een geweer) en korobu (omvallen), omdat mensen die aan deze ziekte lijden, volgens het verhaal omvallen en sterven alsof ze neergeschoten worden! Hier is duidelijk sprake van volksetymologie: de aanpassing van een onbekend woord aan bekende woorden.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cholera besmettelijke buikloop 1588 [Claes Tw. 11] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal