Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cel - (klein vertrek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

cel zn. ‘klein vertrek’
Mnl. celle, chelle ‘klein vertrek’ [1240; Bern.]; vnnl. cellekens (verkleinwoord, mv.) ‘kleine onderdeeltjes van organismen’ [1644; WNT], cel ‘vakje in een honingraat’ [1660; WNT]; nnl. cel ‘vakje in een accu etc.’ [1889; WNT], ‘kleine eenheid in organisch weefsel’ [1906; WNT].
Ontleend aan Latijn cella ‘klein vertrek, voorraadkamer’, ouder cēla, een afleiding van het werkwoord celāre ‘verbergen’, dat verwant is met → helen 2. Hierbij hoort ook het zn. cellārium ‘voorraadkelder’, zie → kelder.
Aan de uitspraak van cel met /s/ kan men zien dat het een jongere ontlening is dan kelder met /k/.

EWN: cel zn. 'klein vertrek'; de vorm cel (1660)
ANTEDATERING: cel 'klein vertrek' in: is die cel een soet slaepcamer [1476-1500; iMNW utereiser]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cel [klein vertrek, klein bestanddeel] {c(h)elle [kloosterkamertje, loge in schouwburg, verblijf, kelder] 1201-1250; als ‘holte in weefsel’ 1644} < latijn cella [bewaarplaats, voorraadkamer, vertrek, vertrek in tempel waar het beeld van de god zich bevindt, cel van een bijenkorf], verwant met celare [geheim houden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cel znw. v., mnl. celle, chelle < lat. cella. - Zie: kelder.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

cel znw., mnl. celle (chelle) v. Uit lat. cella “cel”. Geleerde ontl. Ook reeds mhd. mnd. Zie kelder.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

cel v., uit Lat. cellam (-a) = kleine kamer, van denz. wortel als celare (z. helen en kelder).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S. Joubert en N. van der Sijs (2020), ‘Antilliaans-Nederlandse woorden en hun herkomst’, in: Trefwoord, november 2020

cel (Joubert 2005) mobieltje, met van het Europees-Nederlands afwijkende betekenis in het Antilliaans-Nederlands, als verkorting van Engels cell(ular) phone.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sel I: min of meer selfst. deel v. groter geheel (bv. v. battery, gebou, liggaam); Ndl. cel (Mnl. celle, chelle), soos Hd. zelle, Eng. cell, via Ofr. celle uit Lat. cella, “hokkie, kamertjie; afdeling, vertrek”.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cel ‘klein vertrek’ (Latijn cella); ‘deeltje protoplasma’ (Engels cell)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Cel van ’t Lat. cella = voorraadskamer (zie Kelder), van celare = verbergen; van denzelfden wt. als ons helen = verbergen. (Lat. c werd als k uitgesproken en k, g en h zijn verwant.)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cel ‘klein vertrek; kleinste element in organisch weefsel; deel van een batterij’ -> Indonesisch sél ‘klein vertrek; kleinste element in organisch weefsel; batterij’; Jakartaans-Maleis sèl ‘gevangeniscel’; Javaans sèl ‘klein vertrek’; Kupang-Maleis sel ‘gevangenis’; Madoerees ēssel ‘gevangeniscel’; Menadonees sèl ‘gevangeniscel’; Japans saibō ‘kleinste element in organisch weefsel, lett. klein pakketje’; Chinees xibao ‘kleinste element in organisch weefsel’; Papiaments sèl ‘klein vertrek; deel van een batterij of accu’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cel klein vertrek 1240 [Bern.] <Latijn

cel kleinste element in weefsel 1644 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal