Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cavalerie - (ruiterij)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

cavalerie zn. ‘ruiterij’
Vnnl. cavalery ‘ruiterij, ruiters’ [1588; Claes 1994], cavallerie ‘militaire ruiterij’ [1602; WNT pont]; nnl. cavalerie ‘legeronderdeel met tanks’ [1946; Sijs 2001], ‘wapen der tanks en lichte vechtwagens’ [1952; Koenen].
Ontleend via Frans cavalerie ‘de gezamenlijke bereden legeronderdelen’ [1546; Rey], eerder al ‘ruiterij’ [1308; Rey], of rechtstreeks aan Italiaans cavalleria ‘ruiterij’ [13e eeuw; Rey], een afleiding van het zn. cavallo ‘paard’ < Latijn caballus ‘werkpaard, knol’, later in de volkstaal het algemene woord voor ‘paard’, dat equus ging vervangen. De herkomst van caballus is omstreden, waarschijnlijk is het geen Indo-Europees woord.
cavalier zn. ‘begeleider van een dame, galante heer’. Vnnl. cavalgieres (mv.) ‘ruiters, bereden militairen’ [1596; WNT Aanv.], cavailliers ‘ridders’ [1621; WNT Aanv.]; nnl. cavalier ‘hoffelijke begeleider van een dame’ [1861; WNT Aanv.], ‘beleefde heer’ [1872; Dale]. Via het Frans ontleend aan Italiaans cavaliere ‘ruiter’ < Laatlatijn caballarius ‘ruiter’, een afleiding van caballus ‘knol’. De moderne Franse vorm is chevalier, in dezelfde betekenis → chevaleresk.

EWN: cavalerie zn. 'ruiterij' (1588)
ANTEDATERING: Capiteyn van die Caualierie [1587; Beschryvinghe, titel]
Eerder al: mnl. chevalerie 'ruiterij' [1390-1410; MNW-R]
EWN: ♦ cavalier zn. 'begeleider van een dame, galante heer' (1596)
ANTEDATERING: alle de Cavaliers [1588; Piementel, titelpagina]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cavalerie [ruiterij] {1588} < frans cavalerie < italiaans cavalleria [idem], van middeleeuws latijn caballarius, cavallarius [ruiter, gewapend ruiter, ridder], van cavallus, caballus [paard] → caballero, kavalje.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cavalerie znw. v., sedert de 17de eeuw < fra. cavalerie (16de eeuw) < ital. cavalleria, dat zelf afgeleid is van het lat. caballus, dat in de Romeinse soldatentaal het oude equus verdrongen heeft.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

cavalerie znw., sedert de 17. eeuw. Uit fr. cavalerie (van vulgairlat. caballus “paard”).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cavalerie (Frans cavalerie)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cavalerie ‘wapen van de landmacht te paard’ -> Indonesisch kavaleri ‘wapen van de landmacht te paard’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cavalerie wapen van de landmacht te paard 1588 [Claes] <Frans

cavalerie wapen van de landmacht, uitgerust met tanks 1946 [Leen Verhoeff, uit off. stukken] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal