Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

catering - (verzorging en levering van maaltijden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

catering zn. ‘verzorging en levering van maaltijden’
Nnl. catering [1972; Sijs 2001], catering ‘verzorging van maaltijden, feesten etc.’ [1984; Dale].
Ontleend aan Engels catering ‘verstrekking van voedsel of andere benodigdheden’ [1820; OED], een afleiding van het werkwoord cater ‘voedsel verschaffen’, dat met wegval van de beginklinker teruggaat op Oudfrans (Normandisch-Picardisch) acater ‘(aan)kopen’ (Nieuwfrans acheter) < vulgair Latijn *accaptare ‘aankopen’, gevormd uit → ad- en captāre ‘grijpen, pakken’ (verwant met → heffen).

EWN: catering zn. 'verzorging en levering van maaltijden' (1972)
ANTEDATERING: magazijnen, Catering, Civiele dienst, en Bewakings Dienst (in KLM-gebouw) [1954; Amigoe di Curaçao (KB) 2/2]
Later: keuken-catering [1961; De Telegraaf (KB) 10/10]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

catering [verzorging van maaltijden of feesten] {na 1950} < engels catering, van to cater [voedsel verschaffen], van catour [koper, spijsbezorger], middelnederlands cater [spijsbezorger] < oudfrans achater, in de 10e eeuw acheder [pakken, verdienen, dienst verlenen, kopen] < vulgair latijn ∗accaptare, van latijn ad [naar … toe] + captare [gretig naar iets grijpen, jacht maken op], iteratief van capere [nemen] (vgl. captatie).

Thematische woordenboeken

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

catering [keeturing] 1. het leveren van kant en klaar voedsel en dranken (vaak inclusief verzorgend personeel) voor grotere gezelschappen (bruiloften, partijen, recepties, vliegtuigpassagiers), of, op basis van een contract, aan bedrijfskantines e.d. De catering doen heet ook cateren (caterde, gecaterd), en dat gebeurt door een caterer [keeturuh] of, vernederlandst, cateraar [keetur-aar]; 2. het voedsel en de dranken die bij (1) geleverd worden.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

catering zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = bespijzing, spijzenij, maaltijdverzorging, proviandering.
[alg.] = het is nu eenmaal zo, zo is het leven. Soms maak je verschrikkelijke dingen mee. Zo is het leven.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

catering verzorging van maaltijden of feesten 1972 [Picarta: titel van tijdschrift, uitgegeven bij Merites in Nijmegen] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal