Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

castilla - (boomsoort)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

Castil’la, Castil’loa (de), naam van twee grote bomen met veel melksap in de bast, eertijds gebruikt voor het bereiden van een soort rubber (Castilloa elastica uit Mexico en Midden-Amerika, C. ulei uit het Amazonegebied, Bospapajafamilie*). Castilla groeit op lichtere gronden, o.a. zeer goed op zandritsen* (Enc.NWI 571). In 1902 werd de Castilloa voor het eerst door enkele plantages* in Suriname uitgezaaid (Van Traa 96). - Samenst.: Castill(o)acultuur, Castill(o)arubber (Van Traa 96).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal