Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cassave - (tapioca, maniok (Manihot esculenta))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

cassave zn. ‘tapioca, maniok (Manihot esculenta)’
Vnnl. cassavi ‘cassaveknollen’ [1625; Donselaar 1994], kassave ‘cassavebrood’ [1685; WNT].
Via Frans cassave ‘cassavebrood’ [1599], ouder caçave ‘cassavewortel’ [1588; TLF] en cassade ‘cassavebrood’ [1529; TLF], ontleend aan Spaans cazabi, cazavi ‘cassavebrood’ [1492 (dagboek van Columbus); Friederici], dat is ontleend aan het Taino van Haïti caçabi. Het Taino is een van de talen van de Arowakken, een groep Zuid-Amerikaanse indianenvolken met een gemeenschappelijke taalfamilie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cassave [meel uit de wortels van maniok] {cassavi 1625} < frans cassave < spaans casabe, cazabe < haïtiaans casavi.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cassave znw. v. ‘meel verkregen uit de wortels van de maniok’ < fra. cassave, dat sedert de 17de eeuw voor het oudere cassade optreedt, een woord, dat uit een Indianentaal zal stammen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

cassave, kassave: bittere cassave (de), 1. een cultuurvorm van cassave, een oorspronkelijk uit Brazilië afkomstig voedingsgewas (Manihot esculenta, Cassavefamilie*), met knollen die veel blauwzuur bevatten. Indianen en Boslandcreolen* maken uit de wortels vooral cassavebrood*, hun hoofdvoedsel; aangezien zij bittere cassave telen moeten de vergiftige bestanddelen eerst verwijderd worden (Ost. 39). - 2. knol(len) van deze plant. - Etym.: De naam is ontleend aan de bittere smaak van de knollen. Oudste vindpl. van 1 1775 (bitter Casavo; zie De Beet 193), van 2 Hartsinck 1770: 58. S bitakasaba (bita = bitter; kasaba = cassave). - Zie ook: zoete cassave*, aardvrucht*.
— : gebakken cassave, syn. van cassavebrood* : z.a. Cit. zie cassavebojo*. - Etym.: S baka kasaba = lett. id.
— : zoete cassave, 1. een cultuurvorm van cassave, een oorspronkelijk uit Brazilië afkomstig voedingsgewas (Manihot esculenta, Cassavefamilie*), met weinig blauwzuur in de knollen. Uit de knollen van zoete cassave bereiden de Javanen*: () (Ost. 39). - 2. knol(len) van deze plant. Van de [in Suriname voorkomende] wortelknollen worden kentang djawa [Javaanse aardappel], aardappel, bataat, Chinese tajer* en zoete cassave verorberd (Enc.Sur. 648) - Etym.: de naam doet het verschil uitkomen met de bittere cassave*: de knollen smaken nl. niet bitter. Oudste vindpl.van 1 1775 (Soete Casavo; zie De Beet 193), van 2 Hartsinck 1770: 58. S switikasaba (switi - o.m. zoet; kasaba = cassave). - Zie ook: aardvrucht*.

Cassa’vefamilie (de), Wolfsmelkfamilie, een familie van tweezaadlobbige planten, vaak met melksap, bloemen meest klein en eenslachtig, vruchten vaak openspringend (Euphorbiaceae). - Etym.: Genoemd naar cassave (Manihot esculenta).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kassawe: “maniok; meel v. sy wortel”, pln. (spp. Manihot, fam. Euphorbiaceae); Ndl. cassave/kassave (sedert 17e eeu), ontln. aan een v. d. Rom. tale (Fr. of Port cassave, Sp. casaba) uit Haï. casávi.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

cassave [meel uit de wortels van maniok]. Komt uit de Taino-taal van Haïti, waarin men de varianten caçábi, casavi, cazabbi en cassave heeft (Murray). [P]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cassave (Spaans cazabe)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cassave ‘meel uit de wortels van maniok’ -> Indonesisch kaspé ‘meel uit de wortels van maniok’;? Ambons-Maleis kasbi ‘plant’; Negerhollands kassavie, kasāw ‘meel uit de wortels van maniok’; Berbice-Nederlands kasabi ‘meel uit de wortels van maniok’; Sranantongo kasaba, ksaba ‘meel uit de wortels van maniok’; Saramakkaans kasába ‘bepaalde plant’ <via Sranantongo>; Sarnami kasábá ‘meel uit de wortels van maniok’; Surinaams-Javaans kasabah, kaspé ‘meel uit de wortels van maniok’ <via Sranantongo>; Creools-Engels (Maagdeneilanden) kasaw ‘meel uit de wortels van maniok’ <via Negerhollands>.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cassave meel uit de wortels van maniok 1625 [Van Donselaar Woordenaar 1, 1] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal