Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

carillon - (klokkenspel, beiaard)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

carillon zn. ‘klokkenspel, beiaard’
Nnl. carillon, kariljon ‘klokkenspel’ [1824; Weiland].
Ontleend aan Frans carillon ‘klokkenspel, het spel der klokken’ [1345; Rey], eerder al quarillon [voor 1240; Rey], variant met een ander achtervoegsel van quaregnon [1190; Rey] < vulgair Latijn *quadriniō, een jongere vorming (naar analogie van vele woorden met quadri-) op basis van Laatlatijn quaterniō ‘groep van vier; in vieren gevouwen stuk perkament’ (zie ook → katern, → carré), hier meer bepaald ‘groep van vier klokken’. Dit woord gaat terug op Latijn quaternī ‘telkens vier’, een afleiding van quattuor ‘vier’ (verwant met → vier).
Een vergelijkbare vorm is vulgair Latijn *triniō ‘groep van drie dingen’, waaruit Oudprovençaals trinho(n) ‘klokkenspel’.
Lit.: A. Greimas (1979) Dictionnaire de l'ancien français, Paris

EWN: carillon zn. 'klokkenspel, beiaard' (1824)
ANTEDATERING: het "Carillon" van de "Parysche Samaritaine" [1722; Weyerman 1, 382]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

carillon [klokkenspel] {1824} < frans carillon < oudfrans quarregnon, careillon < middeleeuws latijn quaternio [groep van vier, bv. soldaten of klokken], latijn quaterni [telkens vier], van quattuor [vier].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

kerreljong (zn.) klokkenspel; Nuinederlands carillon <1824> < Frans carillon.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kerlejong, zn.: beiaard. Door metathesis uit kerreljong < Fr. carillon.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kerreljon, zn.: beiaard, klokkenspel. Fr. carillon.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kariljon s.nw.
Klokkespel.
Uit Ndl. carillon (1824).
Ndl. carillon uit Fr. carillon uit Oudfrans quarregnon, careillon wat teruggaan op Middellatyn quaternio 'groep van vier, bv. soldate of klokke'.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

carillon klokkenspel 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal