Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cant - (dieventaal)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cant [dieventaal] {1901-1925} < engels cant [dieventaal, oorspr.: het gejammer van bedelaars], teruggaand op latijn cantus [gezang], van canere [zingen, op zingende toon spreken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cant znw. o. ‘jargon, dieventaal; schijnheilig gefemel’ < ne. cant ‘schijnheiligheid; groepstaal’ < noordfra. cant < lat. cantus ‘gezang’.

Thematische woordenboeken

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

cant [kent] dieventaal, jargon, hypocriet gepraat en geslijm. Oorspr. het gezang van bedelaars (afgeleid van het Latijnse ‘cantare’, zingen), maar waarschijnlijk hebben ook de Schotse gebroeders Andrew en Alexander Cant bijgedragen aan de betekenis en populariteit van het woord. Zij waren, in de 17e eeuw, leiders van de presbyteriaanse kerk die hun religieuze tegenstanders enerzijds vervolgden maar anderzijds ook voor hen baden.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal