Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

canadel - (slechte vrouw)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

del: ordinaire, slechte of slonzige vrouw, slet*. In het Middelnederlands had het woord al de betekenis ‘hoer’. Tegenwoordig vooral populair in jeugdtaal. Verouderd of minder frequent voorkomend is smeerdel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog noemde men een meisje dat na de bevijding een relatie aanging met een Canadese soldaat smalend een canadel. Het woord is een samentrekking van het woord ‘Canadees’ met het scheldwoord del. In het wielermilieu worden ‘groupies’ (meisjes die de renners adoreren en hen overal volgen) voor dérailleurdellen uitgescholden. In het homojargon bestaat er een werkwoord dellen: nichterig gedrag tentoonspreiden. Zie ook nog cittadel*.

Wat die d’r man had uitgevoerd met die flodder van twee-hoog achter, dat gemeene del, dat altijd in d’r borstrok liep!… hoe dat wijf van driehoog d’r kind rammelde… (Frans Coenen, Zondagsrust, 1902)
Zij, de Zeedijk- en andere dellen daarentegen waren alleen afgericht op ’t doen van een ‘jovene slag’. (Israël Querido, De Jordaan, 1914)
Op de tv danste bij dat lied een achtentwintigjarige del van een uitzendbureau de horlepiep. (Gerrit Komrij, Horen, zien en zwijgen, 1977)

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

canadel (1945) meisje dat na de bevrijding verkering kreeg met een Canadese soldaat

Nederlandse meisjes worden sinds lang voor del uitgemaakt. In het Middelnederlands had dit niet alleen een negatieve betekenis: delle of dille kon ‘babbelaarster’ betekenen, maar ook ‘meisje’ of ‘liefje’. Pas in de 18de eeuw bedoelde men met del doorgaans ‘slons’, ‘slet’ of ‘sloerie’.
Het woord canadel dateert van mei 1945. Er werden meisjes mee aangeduid die het aanlegden met een Canadese soldaat. En dat deden er veel, want de Canadezen hadden een forse bijdrage geleverd aan de bevrijding van Nederland, het waren aardige jongens en eindelijk mocht het weer: dansen en uitgaan. Vrijen met een Canadees was in die dagen zo gewoon dat Lou de Groot er een beroemd liedje over schreef, getiteld ‘Trees heeft een Canadees’. De eerste twee coupletten luiden:

In mijn straatje woont een meisje
Luist'rend naar de naam van Trees.
'n Echte Hollandse verschijning
Knap, en aardig in d'r vlees.
Nooit moest zij iets van verkering
Vrijen vond ze ongezond.
Maar direct na de bevrijding
Ging ’t gerucht van mond tot mond:

Trees heeft een Canadees.
O', wat is dat kindje in haar sas.
Trees heeft een Canadees.
Samen in de jeep en dan vol gas.
Al vindt zij dat Engels lang niet mis is
Wil zij dolgraag weten wat een kiss is.
Trees heeft een Canadees.
O', wat is dat kindje in haar sas.

Het liedje eindigt met de vraag: ‘Och, hoe zal het gaan met Treesje/ Als haar boy uit Canada,/ Binnenkort weer zal verdwijnen/ naar zijn “home” in Ottawa.’
Het antwoord is inmiddels bekend: niet goed. In 1946 werden naar schatting 7000 buitenechtelijke kinderen geboren, vergeleken met 2500 in 1939. Ongeveer 2000 Canadese soldaten trouwden met hun Trees, de rest keerde alleen naar Canada terug.
Een en ander had een enorme nasleep, die in 1985 door Olga Rains werd vastgelegd in haar boek Children of the Liberation. Rains, die zelf met ‘haar’ soldaat naar Canada ging, beschrijft hierin de levensgeschiedenis van 32 Nederlandse meisjes en hun ‘bevrijdingskinderen’.
Het verhaal van een van hen stond later model voor de televisieserie De zomer van ’45. Dit meisje moest bevallen in een tehuis voor ongehuwde moeders. Om de weeën op te wekken werd zij gedwongen vloeren te boenen. Tijdens de bevalling werd zij geblinddoekt. Omdat het kind te vroeg kwam, kreeg het drie weken borstvoeding: de moeder werd nu niet alleen geblinddoekt, haar handen werden vastgebonden.
Toen Canadese veteranen in 1980 35 jaar bevrijding meevierden, stonden er mensen langs de weg met borden als: ‘Are you my Dad?’, en: ‘Where are you Daddy?’ Dit inspireerde Rains tot het oprichten van een organisatie die bevrijdingskinderen helpt bij het zoeken naar hun vader.
In 1986 spande een van deze kinderen een rechtszaak aan tegen zijn moeder. Tijdens een kort geding kreeg hij eindelijk te horen wat zijn moeder hem in geen 41 jaar had willen vertellen: de naam van zijn vader, een Canadese soldaat die het had aangelegd met een meisje dat daardoor werd uitgemaakt voor canadel.

CANADEL: WNT III2 (1916) 2388; H. van Gelder, ‘Een moppie van de straat. Lou de Groot en het periodieke succes van een bevrijdingsliedje’, in: NRCH 21.5.1985; J. Gerards ‘Jim H. op zoek naar vader’, in: Algemeen Dagblad 21.6.1986; F. Jensma ‘Door bevrijders verleid’, in: NRCH 8.8.1987; Co de Kloet Morgen komt een nieuwe dag (Baarn 1990) 188; A. Visser ‘Kinderen van de bevrijding op zoek naar hun vaders’, in: NRCH 30.9.1991.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal