Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

camoufleren - (onopvallend maken; wegmoffelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

camoufleren ww. ‘onopvallend maken; wegmoffelen’
Nnl. camoufleeren ‘onzichtbaar maken’ [1924; Dale], camoufleeren ‘onzichtbaar maken’ [1932; WNT Aanv.], ‘onzichtbaar maken (overdrachtelijk)’ [1935; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans camoufler ‘onopvallend maken, wegmoffelen’ [1916; Rey], eerder al ‘voor militaire doeleinden onzichtbaar maken’ [1836/37; Rey] en (argot) ‘wegwerken; vervalsen’ [1829], met invloed van het zn. camouflet ‘rook die in iemands gezicht geblazen wordt’ overgenomen uit Italiaans camuffare ‘vermommen’, gevormd uit het zn. capo ‘hoofd’, verwant met → hoofd, en het werkwoord muffare ‘verhullen’, dat mogelijk verwant is met → moffelen (FvW).

EWN: camoufleren ww. 'onopvallend maken; wegmoffelen' (1924)
ANTEDATERING: waarvan locomotieven en wagons voor het meerendeel "gecamoufleerd" waren [1916; AHB 8/11]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

camoufleren [wegmoffelen] {1901-1925} < frans camoufler < italiaans camuffare [vermommen], van capo [hoofd] + muffare [verhullen], van middeleeuws latijn muffla, muffula [handschoen, een over de hand vallende manchet] (vgl. mof2).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kamoefleer ww.
1. Onsigbaar of onopvallend maak. 2. Iets verberg om iemand te mislei.
Uit Eng. camouflage (1917 in bet. 1, 1918 in bet. 2) of Ndl. camoufleren (1924 in bet. 1).
Eng. camouflage en Ndl. camoufleren uit Fr. camoufler uit It. camuffare 'vermom', gevorm van capo 'kop' en muffare 'verhul', met lg. uit Middellatyn muffla, muffula 'handskoen, mouboordjie wat oor die hand strek'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kamoefleer: “verbloem; vermom”, ’n neol. ww. vorm, wat berus op s.nw. kamoeflage/camouflage.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

camoufleren ‘onopvallend maken’ -> Indonesisch (meng)kamuflir ‘onopvallend maken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

camoufleren onopvallend maken 1924 [GVD] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal