Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bullenbijter - (hondensoort)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bullenbijter (Wdl: bullebijter) [hondensoort] {1862} < engels bullbaiter, van bull [stier] (vgl. bul1) + to bait, causatief van to bite en betekent dus ‘doen bijten’ en vandaar het sarren, het doen aanvallen van o.a. stieren door daartoe gefokte honden als publiek vermaak en om te wedden (vgl. buldog, bulterriër, berenbijt).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bullebijter znw. m. ‘gele Engelse dog; kwaadaardige hond’, zal wel uit het eng. afkomstig zijn; eig. een hond die gebruikt werd voor bull-baiting of gevecht met een stier.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

bullebijter (K), zn. m.: bullebak. E. bullbaiter ‘gele Engelse dog, gevaarlijke hond’.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

bullenbijter: nors, ruw persoon; bullebak*. Van het Engelse bullbaiter.

Generaal Charron leek mij ’n sympathieke, maar de rest die naast hem stond, kolonels, luitenants en majoors, bestond uit een zootje gajes, bullebijters en fanatiekelingen. (Jan Cremer, Ik Jan Cremer, 1964)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bullenbijter hondensoort 1862 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal