Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

buitenplaats - (buiten de stad gelegen stukje grond of huis van een stedeling)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bui’tenplaats (de, -en), stukje grond of huis(je), of beide in combinatie, van een stedeling en gelegen buiten de stad. Mijn familie was naar onze buitenplaats; het was een soort traditie geworden. Wij hadden nl. een boiti* aan het Wanicakanaal in de buurt van Leiding* 8 () (Dobru 1967: 38). - Etym.: Zie buiten-* (a). In AN is b. in beginsel hetzelfde, maar meestal groot; het huis is altijd aanwezig en doorgaans meer dan een optrekje. - Syn. buiten* (B.1), boiti*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal