Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

buitenkind - (kind van een man bij een andere vrouw dan zijn vaste partner)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bui’tenkind (het, -eren), kind van een man bij een andere vrouw dan zijn vaste partner. Dus je hebt alleen kinderen thuis, vroeg Wajono. -Tja. Nee. Ik heb wel twee buitenkinderen (Doelwijt 1969: 57). - Etym.: Zie buiten-* (b). AN b. = plattelandskind.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal