Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brutaliteit - (onbeschaamdheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

brutaal bn. ‘grof, aanmatigend’
Vnnl. brutael “eselachtich, oft beestachtich” [1553; Werve], brutaal ‘onbeschoft, beestachtig’ [1650; Claes 1994a], brutaal of assurant ‘grof of aanmatigend’ [1776; WNT wezen II]. In het vnnl. ook geattesteerd als zn.: brutalen (mv.) ‘wilde; onbeschaafde mensen’ [1659; WNT]; in latere periodes is het steeds een bn.
Ontleend aan Frans brutal ‘grof, onbeschaafd’ [14e eeuw; Rey] < Laatlatijn brutalis, een afleiding bij Latijn brūtus ‘zwaar, lomp’, zie → bruut.
brutaliteit zn. ‘onbeschoftheid, aanmatigendheid’. Nnl. brutaliteyt ‘onbeschoft gedrag’ [1749; WNT ruzie]. Afleiding van brutaal met het achtervoegsel -iteit zoals ook stommiteit bij → stom, stupiditeit bij → stupide.

EWN: ♦ brutaliteit zn. 'onbeschoftheid, aanmatigendheid' (1749)
ANTEDATERING: vnnl. brutaliteyt 'beestachtigheid, bruutheid' [1646; Sybille, 14]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal