Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brunia - (plant)

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

brunia, naar Cornelis de Bruyn [1652-1719] uit Den Haag, door de Amsterdamse burgemeester Nicolaas Witsen (zie witsenia) van 1674 tot 169 3 erop uitgestuurd om in Italië, het Turkse rijk, Griekenland, Egypte en Syrië ‘de merkwaardigste landschappen’ te schilderen, die Witsen weer gebruikte voor zijn natuurhistorische publikaties. Tussen 1701 en 1708 reisde De Bruyn op eigen initiatief door Rusland en Nederlands-Indië en schreef hierover een rijk geïllustreerd reisverslag.

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Brúnia L. [C. Linnaeus], - afkorting [zie Linnaeus, Critĭca Botanĭca (1737), pp. 88 en 77] van Eriocephălos Bruniādes, naam door Plukenet (zie plukenēti) aan een plant (tegenwoordig Erīca bruniādes L. [C. Linnaeus]) geschonken ter eere van den Eng. scheepsarts Alexander Brown (bloeitijd 1692-98), die reizen had gemaakt naar Eng. Indië en Kaap de Goede Hoop en de plant voor Plukenet uit Z.-Afrika had medegebracht. - In zijn Philosophĭa Botanica (1753), p. 173, verklaart Linnaeus, dat hij het gesl. genoemd heeft naar een “peregrinātor orientis”, een reiziger naar het oosten, waarmede hij wel denzelfden Alexander Brown bedoeld zal hebben, die immers in het oosten (Eng. Indië) is geweest. Ik kan mij niet aansluiten bij hen, die meenen, dat Linnaeus den Ned. schilder Cornelis de Bruyn (1652, ’s Gravenhage; 1726 of 27, buitenplaats Zijdebalen bij Utrecht) bedoeld hebben zou, die in 1701 een reis aanving door Rusland, Perzië, Voor-Indië en Ceylon naar Java, waar hij geruimen tijd verblijf hield en o.a. de portretten schilderde der gouverneurs-generaal Willem van Outshoorn (1691-1704) en Johan van Hoorn (1704-09). In 1708 was hij te ’s Gravenhage terug; later vestigde hij zich te Amsterdam. Van zijn reis gaf hij een rijk geïllustreerde beschrijving uit. Waarom zou Linnaeus een Kaapsche plant genoemd hebben naar iemand, die nimmer aan de Kaap is geweest en zich nooit met planten heeft bezig gehouden? Boehmer (zie Pritzel, Thesaurus Literatūrae Botanĭcae, Editio II, in voce Bruin) verklaarde van hem: “Pictor erat et ignārus homo ejusque scripta in historia naturali non multum usu habent” [hij was een schilder, onbedreven (in plantkunde); zijn geschriften hebben geringe waarde op natuurhistorisch gebied].

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal