Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brunette - (vrouw met bruin haar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

brunette zn. ‘vrouw met bruin haar’
Vnnl. Die vry wat swert is sal men een brunetje noemen ‘Een vrouw die nogal zwart is moet/zal men brunetje noemen’ [1560; WNT bruinet], bruynette, bruynken. ‘donkere vrouw, bruine vrouw’ [1599; Kil.]; nnl. brunette ‘id.’ [1805; Meijer].
Ontleend aan Frans brunette ‘bruinharige vrouw’ [ca. 1175; Rey], dat evenals brunet ‘bruinharige man’ een afleiding is van het bn. brunet(te) ‘bruinachtig’ [ca. 1175; Rey], bij het bn. brun ‘bruin’ [1080; Rey] < middeleeuws Latijn brunus [6e eeuw; Rey], dat ontleend is aan pgm. *brūna-, zie → bruin.
In het Middelnederlands bestond al het woord brunet in de betekenis ‘bruine stof’ [1282; CG I, 623].
Het woord had vanaf de 16e eeuw onder invloed van het bn. bruin meestal de vorm bruinet(te), het heeft later weer de Franse vorm gekregen.
De aanduiding brunette heeft thans alleen nog betrekking op het haar, vroeger had een bru(i)net(te) ook een donkere huidskleur en zeer donkere ogen.

EWN: brunette zn. 'vrouw met bruin haar' (1560)
ANTEDATERING: bruynnetken 'meisje met een donkere huid' [1523; MNHWS]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brunette [meisje met donkerbruine haren en ogen] {1720} < frans brunette, vr. van brunet [bruinachtig], verkleiningsvorm van brun, uit het germ., vgl. bruin.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

brunet b.nw., s.nw.
Met bruin hare en oë en 'n donker gelaatskleur, of meisie of vrou met bruin hare en oë en 'n donker gelaatskleur.
As b.nw. uit Eng. brunette (1712). As s.nw. uit Ndl. brunet, 'n wisselvorm van die verouderde bruinet en die tans gebruiklike brunette (1720).
Eng. brunette en Ndl. brunette uit Fr. brunette, die vroulike vorm van brunet, met lg. die verkleinw. van brun 'bruin'.
D. brünett (18de eeu as b.nw.), Brünette (as s.nw.).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

brunette (Frans brunette)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

brunette ‘meisje met donkerbruine haren en ogen’ -> Indonesisch brunét ‘meisje met donkerbruine haren en ogen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

brunette meisje met donkerbruine haren en ogen 1720 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal