Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bruinvis - (soort kleine tandwalvis (Phocoena phocoena))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bruinvis zn. ‘soort kleine tandwalvis (Phocoena phocoena)’
Mnl. bruynviske (mv.) ‘kleine walvissen’ [1343-44; MNW]; vnnl. Bruyn-visschen (mv.). ‘id.’ [1602; WNT zeevarken].
Gevormd uit het bn.bruin en het zn.vis. Het dier is genoemd naar de paarsbruine schijn op zijn voor de rest zwarte rug; zijn buik is wit.
Synoniemen zijn mnl. meerswijn [1477; Teuth.]; nnl. zeezwijn en -varken. De vorm varken is terug te vinden in de familienaam Varkevisser. Ook bijv. Duits Braunfisch, met Schweinswal (letterlijk ‘zwijnswalvis’) als synoniem.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bruinvis* [walvisachtig zoogdier] {bruunvisch 1343-1344} hierin is bruin gebruikt in de thans verouderde betekenis van ‘donker’, vanwege de donkere rugkant.

Thematische woordenboeken

H. ter Stege (2004), De betekenis van de Nederlandse (volks)namen van zoogdieren, reptielen en amfibieën, eigen uitgave Waalre

Bruinvissen ̶ Phocoenidae
Deze zes soorten tellende familie behoort net als de dolfijnen tot de orde der Tandwalvissen. Het zijn vrij kleine dieren die zelden groter worden dan twee meter. Bruinvissen hebben een veel minder geprononceerde bek dan dolfijnen.

Bruinvis – Phocoena phocoena (Linnaeus, 1758)
Duits: Schweinswal; Engels: Harbour Porpoise; Frans: Marsouin; Fries Brúnfisk
Bruinvissen zwemmen in kleine scholen en in de regel vrij dicht onder de kust. De bruinvis is zeer gevoelig voor vervuiling en is langs de Noordzeekust en in de Waddenzee vrijwel verdwenen.
De dieren worden gemiddeld anderhalve meter lang en ca. 70 kilo zwaar.
Bruinvissen werden vroeger gevangen vanwege hun vlees en vet ‘zeevarkentraan’.
Het eerste element in bruinvis, brúnfisk (Friesland) en bruinert wordt hier gebruikt in de oude betekenis van de kleur bruin, namelijk ‘donker’, een verwijzing naar de donkere, bijna zwarte rug van het dier. De aanduiding ‘gewone’ in gewone bruinvis dient ter onderscheid van de overige vijf soorten uit de bruinvissenfamilie. Het Friese tommelmantsje betekent zoveel als ‘duikelmannetje’.
De bijnaam meerzwijn (van Duits Meerschwein ‘zeezwijn’) zinspeelt, evenals de van Nederlandse zeelui afkomstige namen varkensvis en zeevarken, op het varkensachtige blazende en knorrende geluid dat ze maken als ze speels rondom het schip zwemmen. Een school bruinvissen werd destijds door de varensgasten ‘de boer met zijn varkens’ genoemd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bruinvis ‘walvisachtige’ -> Frans dialect † brumvis ‘walvisachtige’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bruinvis* walvisachtige 1343-1344 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal