Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

broger - (man, kerel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

broger [man, kerel] {brooger 1928} een barg. woord < jiddisch boocher [jongeman] < hebreeuws bāḥūr [jongeman, ongehuwde jongeman].

Thematische woordenboeken

E. Sanders (2009), Van Dale Modern Bargoens woordenboek, Utrecht

broger man, vent, kerel. In 1906 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van Köster Henke, in de vormen broocher en broger. Köster Henke geeft als voorbeeldzin: ‘Een sikkere broger’ (‘een dronken man’). Broger is via het Jiddisch ontleend aan het Hebreeuwse bachoer (‘ongehuwde jongeman’). Ook aangetroffen als brogem, brochum, brogum, enzovoort.
— Karel had in razernij op #knar en tronie van den broger losgeslagen, zoo maar in een schuimachtig mondvocht, om vooral niet te beseffen wat hij deed. ¶ Is. Querido, Mooie Karel (1925), p. 449. De schrijver verklaart de betekenis in een voetnoot.
— Doch de baas kwam bij mij zitten en smoesde: ‘Ik vertrouw die brogum niet. Kijk eens naar zijn tronie.’ Ook mij beviel die brogum niet. ¶ H. van Aalst, Onder martieners en bietsers (1946), p. 80. De schrijver verklaart de betekenis in een voetnoot.
— Tjonge, komt een lange broger over de balken aandraven. Hóp-hóp-hóp, die heeft een paar stelten! ¶ G.P. Smis, Het nieuwe spionnetje (1955), p. 43. De schrijver verklaart de betekenis in een woordenlijst.

J. van de Kamp en J. van der Wijk (2006), Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal, Amsterdam; inclusief ongepubliceerde aanvullingen door de auteurs

bocher [bo’cher] (mv.: bachoerim), boger, boocher, bucher: jongen, knaap, ongehuwde jongeman; ouwe bocher, man op leeftijd (niet per se vrijgezel). Jesjiewebocher: leerling aan een talmoedakademie (zie jesjiewe) | < Jidd. < Hebr. bochoer (Sf.Hebr. bachoer): (ongetrouwde) jongeman.

— Rembrandt zag de dromer, die in gedachten met de letters van zijn studieboeken in een ver verleden verwijlde: de talmoedstudent, de jesjiewe-bocher van alle tijden. (MOZES HEIMAN GANS, 1971)
— Als ’t buiten grauw was, in de enge straat, waar het zonlicht zelden scheen, straalde binnen licht, dat de voorbijgaande venter aan Sjabbos en Jomtouf herinnerde. De ‘bachoeriem’ (jongelingen) verzamelden zich daar wekelijks om het woord der Thora te lezen en men nodigde de officiële geestelijken om op de heilige Sjabbos in de lange zomernamiddag hun woord te laten horen. (MOZES HEIMAN GANS, 1971)
— [Hoorn, 1880]
De vereniging ‘tiferes Bachoerim’, ‘glorie der jongeren’, bood een Toramantel aan.
[Karin Hofmeester] (FRÉDERIQUE HIEGENTLICH ; HENNY VAN HET HOOFD; LEO LEVIE (RED.), 1996)
— Het belang van de vroege maskilim in het algemeen en Ulman in het bijzonder voor de studie van het jodendom is, dat zij de toenmalige wetenschappen bestuderen en pogen deze wetenschappelijke kennis en inzichten in de rabbijnse traditie te integreren, met de bedoeling het contemporaine rabbijnse denken te vernieuwen. Het beeld van de yeshive-bocher of de talmoedstudent die zijn baard afscheert, het juk van Tora en mitzwot van zich afwerpt en de duistere wereld van het rabbijnse jodendom verlaat voor de moderne wereld van het verlichte denken, is een beeld dat sommigen, zoals Salomon Maimon, van zichzelf hebben gecreëerd. Voor de meeste maskilim, onder wie Ulman, is dit beeld echter een karikatuur. (R.W. MUNK, 2003)

Zie ook broger

broger [bro’cher] (mv.: -s), bocher, boger, bogger, broche, brogem, brooche: kerel, vent | < Jidd. bocher < Hebr. bochoer (Sf. Hebr. bachoer): ongehuwde jongeman; zie bocher.

— Ik zag zo wel dat het een broger was waar niemand wijzer van werd en waar een hoop geld bij moet. (HARRY BOTING, 1967)
— Raar volkje, die Spanjaarden. Gluurders ook. Elke avond als wij thuis waren, hoorden we zachte voetstappen voor onze deur en gescharrel aan het bovenlicht. Gluurders loerden door de smalle spleet om te kijken of Claudia naakt liep. Op zeker moment had ik zo de kanker in. Ik had voor die brogems de ramen dicht moeten laten, zodat ze niet naar binnen konden loeren. Het was snikheet. (JAN CREMER, 1966)
— Zij zag haar oma wijdbeens op de bank zitten en riep en plein public: “Oma, schat, doe je sleuteltjes een beetje bij elkaar, want die broche zit openlijk bij je naar binnen te rojenen.” (HANS SARFATY, 1993)
— Buiten in de rij stond een jongetje van een jaar of 16 die van zijn moeder iets moest kopen. Hij zette zijn nieuwe brommer tegen het winkelraam. Komt er een andere brooche van ongeveer dezelfde leeftijd aan en die staat te likkebaarden bij dat vehikel. Gaat er op zitten en voelt zich een vorst. “Mag ik hem even starten”, was de vraag, die bevestigend werd beantwoord. En toen was er die knal. De al eerder genoemde brooche startte en vloog dwars door mijn winkelruit. (DAVE VERDOONER, 1998)

J. Meijer (1984), Tolk van 't olle volk: Joods supplement op het Nieuw Groninger woordenboek van K. ter Laan, Scheemda

bocher Hebr. BACHOER. Het woord heeft een geschiedenis. Aanvankelijk (bijbels) een aangemonsterde van boven de twintig. Later een leeftijdsaanduiding voor een volwassene. Speciaal ook: een ongehuwde. Op de jesjiewes een “student”. Bij ons in de regel een opgeschoten jongeman, een uit de kluiten gewassene. “’n Bocher van ’n vint”. Ook voor niet-joden gebruikt.

H. Beem (1975), Resten van een taal: woordenboekje van het Nederlandse Jiddisch, Assen

boocher jongen, ongehuwde jonge man; hebr. bachoer z. jesjiewe-boocher.

broger man, kerel; alleen Bargoens; waarschijnl. verbasterd uit: boocher z.a.

H. Beem (1974), Uit Mokum en de mediene: Joodse woorden in Nederlandse omgeving, Assen

boger < jidd. boocher, jongen, ongehuwde jonge man.

broger kerel, vent van jidd. boocher zie boger.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal