Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brio - (levendigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

brio zn. ‘levendigheid’
Nnl. brio ‘levendigheid’ [1795; WNT Aanv.], in de verbinding con brio ‘levendig’ [1899; Woordenschat], met veel brio ‘met vuur, zeer levendig’ [1914; WNT Aanv.].
Ontleend aan Italiaans brio, een woord dat vermoedelijk van Keltische oorsprong is: Gallisch *brivos ‘durf, kracht’; Iers brig ‘kracht’; Welsh bri ‘eer’; hierbij misschien ook → brigade.
Het woord is vooral binnen de muziek bekend geworden in de uitdrukking con brio en is een van de vele Italiaanse termen op dit gebied.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brio [levendigheid] {1820} < italiaans brio, etymologie onzeker.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

brio (Italiaans brio)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

brio levendigheid 1795 [Aanv WNT] <Italiaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal