Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brijzelen - (kruimelen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brijzelen [kruimelen] {briselen [stukmaken, fijnmaken] <1201-1300>} < frans briser, van gallische herkomst, vgl. oudiers brissim [ik breek] (vgl. brisant).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

brijzelen o.w., Mnl. briselen: in geene andere Germ. talen; ontleend aan Fr. briser, waarnevens Ofra. ook bruiser, dat wellicht op een afleid. van broos 2 teruggaat.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

breuzelen, ww.: kruimelen, brijzelen. Kiliaan vermeldt broselen/breuselen.j.brijselen ‘kruimelen’, waarmee hij a.h.w. breuzelen en brijzelen identificeert. We zouden inderdaad breuzelen met klinkerrondig kunnen verklaren uit brijzelen. Maar er is D. bröseln ‘kruimelen, brokkelen’, afgeleid van Brösel ‘kruimel’ < Mhd. brosemlîn, Vnhd. (16e .) bröslein, verkleinvorm van Brosame, Mnd. brôsem(e), Mnl. brosem ‘(brood)kruimel’; ook Os. brôsma/brôsmo. Oe. brosnian ‘uiteenvallen’, br^ysan ‘vermorzelen’, E. to bruise ‘kneuzen’. Idg. *bhreus- ‘breken, kruimelen’. Afl. breuzel(ing) ‘kruimel’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

breuzelen, bruizelen, brusselen, brezzelen, ww.: kruimelen, brijzelen. Kiliaan vermeldt broselen/breuselen.j.brijselen ‘kruimelen’, waarmee hij a.h.w. breuzelen en brijzelen identificeert. We zouden inderdaad breuzelen met klinkerrondig kunnen verklaren uit brijzelen. Maar er is D. bröseln ‘kruimelen, brokkelen’, afgeleid van Brösel ‘kruimel’ < Mhd. brosemlîn, Vnhd. (16e .) bröslein, verkleinvorm van Brosame, Mnd. brôsem(e), Mnl. brosem ‘(brood)kruimel’; ook Os. brôsma/brôsmo. Oe. brosnian ‘uiteenvallen’, br^ysan ‘vermorzelen’, E. to bruise ‘kneuzen’. Idg. *bhreus- ‘breken, kruimelen’. Afl. breuzel(ing), brussel(ke) ‘kruimel’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

brijzelen (R, ZO), brizelen (G), ww.: kruimelen, tot gruis maken/worden. Ook Wvl. brijzelen, bruzelen. Mnl. briselen 'stukmaken, fijnmaken', Vnnl. briselen 'myer, esmyer ou briser' (Lambrecht), brijsen, brijselen 'verkruimelen' (Kiliaan). Freq. van brijsen (Kiliaan), gwl. verklaard uit Fr. briser < Ofr. brisier, bruisier 'breken' < volkslat. brisare < Gallisch. Maar er is ook E. bruise 'vergruizelen', (later) kneuzen' < Me. brüse, brise, bryse, brese < Oe. brysan, verwant met Latijn frustum 'stuk' (Onions). Afl. brijzel (Al, Z, ZO), brizelke (G), brizeltje (ZV) 'kruimel, klein beetje', brizeling (G, L, W, ZV), brijzeling (Al, R, W, ZO) 'kruimel', Vnnl. briselijnghen 'miëttes' (Lambrecht).

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

brijzelen (K, M, O, P), bruzelen (D, I, M, R), ww.: kruimelen. Mnl. briselen stukmaken, fijnmaken’; Vroegnnl. brijsen, brijselen ‘friare, conterere, in micas frangere, in minimas partes confringere’ (Kiliaan). Freq. van brijsen (Kiliaan), gwl. verklaard uit Fr. briser < Ofr. brisier, bruisier ‘breken’ < volkslat. brisare < Gallisch. Maar er is ook E. bruise ‘vergruizelen, (later) kneuzen’ < Me. brüse, brise, bryse, brese < Oe. brysan, verwant met Lat. frustum ‘stuk’ (Onions). Afl. brijzeling ‘kruimeltje’, brijzelke ‘kruimeltje, klein beetje’.

bruzelen (D, I, M, R), ww.: var. van brijzelen (met geronde klinker). Ook zn. bruzel (WVD: Beveren-IJzer, Noordpene) ‘aardkluit’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal