Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

break - (stationcar; onderbreking; doorbreking van het voordeel van een tegenstander)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

break zn. ‘stationcar’. Nnl. break ‘stationcar’ [1992; Koenen/Smits]. Ontleend aan Frans break ‘stationcar’ [1951] < Engels break ‘stationcar’, eerder al ‘carrosserie van een auto’ [1900], eerder ‘vierwielig rijtuig’. Misschien hetzelfde woord als Engels brake ‘kooi, frame’ [16e eeuw; ODEE], van onbekende herkomst. In Nederland wordt het woord in deze betekenis alleen gebruikt bij Franse automerken, overigens is de pseudo-Engelse term → stationcar gebruikelijker.

EWN: break zn. 'stationcar' (1992)
ANTEDATERING: eerst in typenaam van auto's: de stationcar van Citroën, de ID 19 ... Break [1958; LC 3/10]
Later: Drie verschillende uitvoeringen van de 1500 als break [1964; Leidsch dagblad Ld) 2/10] (EWN: 1992)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

break [brik] {1886} < engels break [wagentje zonder carrosserie], van to break [breken, africhten van paarden].

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

break (Engels break)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

break [breek] 1. pauze, onderbreking; 2. ► stationcar.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

break zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = pauze, onderbreking, rust.
= travestie.

R. Schutz (2007), Brekend nieuws, Nijmegen

geef me een breek/breuk/pauze. Letterlijke vertaling van Engels give me a break = doe me een lol; hou op zeg; A: dat nummer van 5ive vinnik leuk. if you get feeling. zo'n blij liedje. B: Hoe oud ben jij, 12? 10? Geef me een breek zeg... (1998); Geef me een breuk, dat schiet ook niet op zo!; Ja flauw, I know, maar geef me Een breek man, Het is voor mij ook maandag; Ik maak me er misschien wat makkelijk vanaf, maar geef me een breek, ik moet eigenlijk heel hard leren enzo; A: Bij ProxiClub spaar je ook punten die je dan kan omruilen voor gratis belminuten, voor geschenken, en tijdelijke acties. B: Sure, en dan kan je op je 80ste een broodrooster inruilen met je punten. Geef me een pauze, zeg.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

break bij tennis: winst van een game waarin de tegenstander serveert 1984 [GVD] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

break, plural breaks ['bre:k/s] onderbreking: “Maar de breaks zijn er om geen enkele andere noodzakelijke reden dan dat er om de tien minuten ‘boodschappen’ getoond moeten worden. [Het gaat over reclameboodschappen in een filmshow].” (2809168). Loanword from English break n.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal