Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brandmerken - (een brandmerk aanbrengen)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

brandmerken ‘een brandmerk aanbrengen’ -> Papiaments branmèr ‘een brandmerk aanbrengen’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

345. Brandmerken.

Eigenlijk een misdadiger met een gloeiend ijzer een brandmerk inbranden; bij overdracht: ‘iemand eene onuitwischbare blaam aanwrijven, hem of het als geschandvlekt aanwijzen’; Ndl. Wdb. III, 1111. In de 17de eeuw in dezen zin in gebruik. Vgl. Hooft I, 134, 189:

 Een welgheboren hert 't welck van de vromen quam,
 Brand-merckte noyt alsoo de glooren van sijn stam.

Zie ook De Cock1, 82 en vgl. hd. brandmalen (verouderd); brandmarken; fr. stigmatiser; eng. to brand naast een brandmerk, hd. brandmal, brandmarke.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal