Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bovenhand - in de uitdrukking de bovenhand krijgen

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bovenhand* in de uitdrukking de bovenhand krijgen [zegevieren] {1859} betekende hant in het middelnl. in fig. zin ‘partij’, en gewaerde hant: ‘persoon die rechtens de macht heeft’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

336. De bovenhand krijgen, - nemen - hebben,

d.i. winnen, zegevieren, den meesten invloed krijgen, bovenkomen (Teirl. 205) of de bovenlage krijgen (Teirl. 206); het znw. ‘hand’ heeft in deze uitdr. de bet. van macht. Ook de overhand hebben (hd. die oberhand haben), dat bij Kiliaen staat opgeteekend in den zin van praevalere, victoria potiri, vincere; fr. avoir le dessus; eng. to have, to get the upper hand; fri. de oerhân krije.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal