Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boussole - (kompas)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boussole [kompas] {1832} < frans boussole < italiaans bussola [idem] < middeleeuws latijn bussula, buxtula [mandje, doosje], verkleiningsvorm van buxida, bustia < latijn buxus, buxum [palmboompje, uit het hout daarvan vervaardigd voorwerp] < grieks puxos [buksboom, het hout daarvan] (puxis [palmhouten doosje]), al in het myceens pu-ko-so (vgl. buks2, pyxis).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Boussole (Fr.; Ital. bussola = Μ. E. Lat. búxula = doosje). Doosje met een vrij opgehangen magneetnaald en voorzien van een verdeelde cirkel voor het aflezen van hoeken; kompas. → sinusboussole en → tangentenboussole.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

boussole ‘kompas’ -> Madoerees dialect bisola, bisolah ‘kompas’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal