Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

botteloef - (spier voor uitzetten voorzeil)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

botteloef [spier voor uitzetten voorzeil] {1598} < frans boutelof, van bouter à lof [oploeven], van bouter [terugdringen], uit het germ., vgl. boten + lof < nederlands loef.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

botteloef m., uit Fr. boute-lof, van bouter de lof = bij den wind steken (z.. aanbeeld en loef).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

botteloef ‘spier voor uitzetten voorzeil’ -> Deens buttelur ‘spier voor uitzetten voorzeil’; Noors buttelur ‘spier voor uitzetten voorzeil’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal