Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

botervis - (vissoort)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bo’tervis (de, -sen), een zilvergrijze, plompe ombervis die in zee leeft (Nebris microps). Het betreft hoofdzakelijk redsnapper [zie snapper*], die in de diepzee* voor de Surinaamse kust gevangen wordt. Daarnaast zijn ook bang bang [zie banban*], botervis en jarabaka* uitgevoerd (WS 15-9-1984). - Etym.: Oudste vindpl. Teenstra 1835 II: 448. S botrofisi (botro = boter; fisi = vis). AN b. = een slijmvis (Pholis gunnellus).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

botervis ‘vissoort’ -> Sranantongo botrofisi ‘soort vis (andere dan die in Nederland)’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal