Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boteren - in de uitdrukking het botert niet (het gaat niet goed, het wil niet lukken]

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

boter zn. ‘zuivelproduct’
Mnl. botre ‘id.’ [1240; Bern.], botere ‘id.’ [1253; CG II, Gez.reg.].
Ontleend aan middeleeuws Latijn butyrum (waaruit ook Oudfrans bur(r)e > Nieuwfrans beurre; Italiaans burro), dat teruggaat op Grieks boútūron ‘koekaas’, een samenstelling uit Grieks boũs ‘rund’ (verwant met → koe) en tūrós ‘kaas’.
Mnd. botter; ohd. butera (nhd. Butter); ofri. butera, botera (nfri. bûter); oe. butere [ca. 700] (ne. butter).
Het oorspr. West-Germaanse woord voor ‘boter’ is nog te vinden in Oost-mnl. anke ‘boter’ [MNHW]; mnd. anke; ohd. ancho (mhd. anke, nhd. gewestelijk Anke ‘boter, vet’), verwant met onder andere Latijn ungere ‘zalven’, bij de wortel pie. *h2engw-. Het feit dat het oorspr. woord anke voor een zo alledaags product vervangen werd door een nieuw woord, doet vermoeden dat met het woord ook een ander productieproces geïntroduceerd werd. On. smjör ‘boter’ (nzw. smör) is verwant met → smeer.
boteren ww. ‘gelukken’. Nnl. in 't wil niet boteren ‘het gaat niet goed’ [1708; WNT], ook ten aanzien van een verstandhouding tussen personen, in bijv. ... boterde het niet te best tusschen ... [1891; WNT]. Overdrachtelijke betekenisuitbreiding van het concrete ‘tot boter worden (bijv. van melk)’, via uitdrukkingen als de melk wil niet boteren [1708; WNT]. Als overgankelijk werkwoord met doorzichtige betekenis ‘van boter voorzien’ al Middelnederlands.

EWN: boter zn. 'zuivelproduct' (1240)
ANTEDATERING: onl. butero 'boter' in de toenaam van Hugone Butero '(aan) Hugo Botter' [1155; ONW] en in de plaatsnaam Boterbeika 'Boterbeke' [1190, kopie ca. 1225; ONW]
Later: boter 'boter' [1284-85; VMNW]
EWN: ♦ boteren ww. 'gelukken' (1708*)
ANTEDATERING: het zal van daag met my niet botteren 'het zal wel niet zo goed lopen met mij vandaag' [1707; iWNT] (1708*)
{* De datering van de eerste attestatie in het EWN moet luiden: [1729; WNT].}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boteren in de uitdrukking het botert niet [het gaat niet goed, het wil niet lukken] {1707} van boteren, d.w.z. ‘boter afscheiden’, gezegd van de melk.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

boteren ‘met boter besmeren’ -> Sranantongo botro ‘met boter besmeren’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

329. Het botert niet,

d.w.z. het gaat niet goed, gemakkelijk, voordeelig; syn. van dat hot niet, dat wil niet hottenNdl Wdb. VI, 1134., hutteren (Opprel, 61), vlotten, wouten, wouterenDe Jager, Frequ. II, 714., het wil niet grutten (Harrebomée I, LI); niet vleugen (Boekenoogen, 1148; Sjof. 33); f(l)uteren (De Vries, 70); vgl. ook op Goeree en Overflakkee: Ik kan wel karnen, maar 't buttert niet, ik kan zoo hard mogelijk mijn best doen, maar voordeel levert het niet opN Taalgids XII, 147.; hd. es will nicht klappen, hotten oder buttern. Eigenlijk wil boteren zeggen: tot boter worden, boter afscheiden, van de melk gezegd bij het karnen. In de 18de eeuw komt deze zegswijze o.a. voor bij Sewel, 137: Het wil niet boteren, het wil niet lukken, that will not do; het wil hem niet boteren (niet lukken), he is not lucky in his undertakings; ook bij Halma, 88: 't Wil niet boteren, la chose ne prend pas un bon tour. Zie verder Boekenoogen, 103; Bergsma, 68; Gunnink, 114; 't botert wèl, het zal wel gaan; en vgl. fri.: it wol net bûterje; nd. et will nich bottern (will nicht gelingen); wann 't nit buttern well, dann butters nit, un wenn me in de Kerne schett (zie Eckart 69); zoo ook in Twente: het wil nig bottern al schît men ok in de keerne; Harrebomée I, 83 a.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal