Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bosduif - (soorten duif die in bos leven)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bos’duif (de, -duiven), naam voor enige soorten duif die in bos leven, waaronder de mangroduif* (Columba-soorten). Gedurende de voorttelingsperiode leven de Boschduiven [hier magroduif*] bij paren () (P&P 1908: 331). - Etym.: S boesidoifi (boesi = o.m. bos; doifi = duif); bet. volgens Woordenl. SNE alleen Columba plumbea.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal