Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Bosch - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Bosch (Cranendonck, NB)
1307 kopie 17e eeuw Henricus de Silua1, 1794 Bosch2; bos 'hoog hout, geboomte', lat. silva 'bos'.
Lit. 1OBNB 742, 2krt Verhees.

Den Bosch1 (Boxmeer, NB)
1803-1820 den Bosch1, 1838-1857 den Bosch2; Datief enkelvoud (met plaatsaanduidende functie) van bos 'hoog hout, geboomte'.
Lit. 1krt Tranchot, 2GHAN 4 43.

Den Bosch2 ('s-Hertogenbosch, NB)
Verkorte vorm van → 's-Hertogenbosch

Het Bosch (Bladel, NB)
1284 quandam petiam nemoris, iacentem in allodio suo iuxta Wolsewinkel1, 1936 Bosch2; bosch, bos 'hoog hout, geboomte'. Heette vroeger ook wel Wolfswinkelse Hoeve en het is mogelijk dat het in 1284 genoemde nemus 'bos' dezelfde locatie aanduidt.
Lit. 1OBNB 404, 2LAN 47.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal