Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bonenkruid - (plant (Satureja hortensis))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bonenkruid zn. ‘plant (Satureja hortensis)’
Nnl. boonenkruid, boonkruid [1872; WNT].
Een samenstelling uit → boon en → kruid.
De plant is afkomstig uit het Middellandse Zeegebied en wordt in deze streken gekweekt voor het kruiden van (tuin)bonen en augurken. Een andere naam is keule: “Ceule of Saturey is nuttelijck bij de Boonen die seer windachtigh ende rauw zijn” (Dodonaeus 1608). Het werd ook tegen het hoesten en tegen kortademigheid gebruikt (Dodonaeus 1554). Bij de Romeinen was het gewas al bekend; Plinius leidt de naam Satureja af van het werkwoord saturāre ‘verzadigen’.
Lit.: H. van Hall (1871) De kruidtuin van 's Rijks Hoogere Burgerschool te Middelburg. Systematische lijst van planten..., Middelburg, 138

EWN: bonenkruid zn. 'plant (Satureja hortensis)' (1872)
ANTEDATERING: vnnl. met boonkruid, perselie, peper ... toebereid [1683; Blankaart, 14]
Later: bonenkruid [1730; Marin s.v. keul] (EWN: 1872)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal