Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bombast - (hoogdravende taal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bombast zn. ‘hoogdravende taal’
Nnl. bombast “opgeblazene en hoogdravende stijl” [1824; Weiland].
Ontleend aan Engels bombast ‘hoogdravende taal’ [1589], oorspr. ‘katoen, opvulsel van katoen’ [1547], uit eerder bombace, met toevoeging van de -t- mogelijk onder invloed van het verl.deelw. bombast van het werkwoord bombase (nu verouderd) ‘met katoen opvullen’ [1558]) < Oudfrans bombace ‘katoen, opvulsel van katoen’ < middeleeuws Latijn bombax (accusatief bombacem), door contaminatie ontstaan uit bambax ‘katoen’ en bombyx ‘katoen’. Bambax is ontleend aan Grieks bámbax ‘katoen’ < Osmaans-Turks pambuk < Middelperzisch pambak. Bombyx is ontleend aan Grieks bombyx ‘katoen’, dat correspondeert met ouder Grieks bómbux (genitief bómbūkos) ‘zijderups, zijden kledingstuk’ (met betekenisverandering); de laatste vorm, ontleend aan een oosterse taal, hangt wrsch. ook samen met het latere Osmaans-Turkse pambuk. Er is een aparte ontwikkeling van Grieks bómbux > Latijn bombȳx ‘zijde’, oorspr. ‘zijderups’ > Middelfrans bombyx ‘zijdevlinder’ [1593].
BDE neemt aan dat de eerste lettergreep van Oudfrans bombace ‘katoen’ (< middeleeuws Latijn bambax) is ontstaan onder invloed van Latijn bombȳx ‘zijde’. Deze contaminatie is echter in het middeleeuws Latijn opgetreden, omdat de betreffende vormen bombax, bambax, bombyx, alle in de betekenis ‘katoen’, daar reeds voorkomen; zie ook → bombazijn.
Katoen werd vaak gebruikt voor het opvullen van kledingstukken, vandaar de huidige figuurlijke betekenis.
bombastisch bn. ‘hoogdravend’ [1847; Kramers]. Afleiding met → -isch.

EWN: bombast zn. 'hoogdravende taal' (1824)
ANTEDATERING: als naam in Neef Bombast (die gek op goud is) [1726; Weyerman, 351]
Later: bombast "een brallende Styl" [1770; Buys] (EWN: 1824)
EWN: ♦ bombastisch bn. 'hoogdravend' (1847)
ANTEDATERING: ontaarden in bombastische opstuivingen [1824; Halbertsma 1, 16]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bombast [gezwollen stijl] {1824} < engels bombast < bombace [oorspr. stof voor schoudervullingen e.d., vandaar: gezwollen stijl] < oudfrans bombace (frans bombasin). Dezelfde etymologie als bombazijn.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bombast znw. m., sedert de 18de eeuw, evenals nhd. bombast (sedert 1730) < ne. bombast ‘opgeblazen taal’. Eigenlijk is bombast een ‘katoenen weefsel voor opvulling van kleren’ < ofra. bombace < mlat. bombax ‘katoen’. — Zie: bombazijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bombast znw., sedert de 18. eeuw. Evenals hd. bombast m. (sedert ± 1730) ontleend uit eng. bombast “bombast”, oorspr. “katoen als opvulling van kleeren”, dit uit ofr. bombace, mlat. bombax “katoen” (zie bombazijn).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bombast m., uit Eng. id. = tuig met katoen opgevuld: z. bazijn.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bombast (Engels bombast)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

bombast [bombast] gezwollen taal, opgeblazen gedoe. Oorspr.: produkt van de zijderups (in het Grieks bombux geheten) dat onder meer als vulmateriaal voor katoen werd gebruikt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bombast ‘gezwollen stijl’ -> Indonesisch bombas ‘gezwollen stijl’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bombast gezwollen stijl 1824 [WNT] <Engels

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

286. Bombast.

In de 18de eeuw ontleend aan 't eng. bombast, eig. ruwe katoen, die tot voering en opvulling van kleedingstukken gebruikt werd; vandaar gezwollen taal, holle klanken (vgl. fr. farce, grap, klucht; eig. opvulsel); zie Ndl. Wdb. III, 328 en vgl. ook hd. Bombast.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal