Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bolletrie - (boom)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bolletrie [boom] {1687} < engels bully-tree, van bully [kroosje], vanwege de vorm van de vruchten.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bol’letrie: witte bolletrie (de, -s), (veroud.) vermoedelijk syn. van savannebolletrie*: z.a. Er bestaat ook een Witte Bolletrie, welke op het hooge, grove zand van Boven Para groeit, hebbende een niet groot, vleezig, glimmend blad, hetgeen veel naar dat van Sirene lijkt (Teenstra 1835 I: 355; enige vindpl.).

Bol’letriefamilie: zie Sapotillefamilie*.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bolletrie ‘(Surinaams-Nederlands) (rubber)boom’ -> Sranantongo balata ‘rubber; rubberboom’; Surinaams-Javaans botri ‘boom’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal