Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bollebof - (grote meneer, gevangenisdirecteur)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bollebof [barg.: grote meneer, gevangenisdirecteur] {1858} < jiddisch bal(le)boos < hebreeuws ba'al ha-bajith [de baas van het huis, heer des huizes] (vgl. Baäl).

Thematische woordenboeken

E. Sanders (2009), Van Dale Modern Bargoens woordenboek, Utrecht

bollebof grote meneer; hoogste in rang; kastelein. In 1858 voor het eerst opgetekend, in het levensverhaal dat ‘een ontslagen gevangene’ vertelde aan mr. C.J.N. Nieuwenhuis. Bollebof wordt hier gebruikt in de betekenis ‘commandant, directeur van een gevangenis’. In 1860 omschreef M. Verwoert, indertijd directeur van een gevangenis te Utrecht, bollebof als ‘opperste van een of ander’. Hij onderscheidde de bollebof der sienemers (‘directeur van politie’), bollebof der palmegoons (‘generaal’), bollebof van de Linke (‘president’), bollebof van de princerij (‘hoofd der politie of justitie’), bollebof van de mispet (‘procureur-crimineel, of van het Hof’) en bollebof van ’t melogen (‘opperste van de werkzaamheden’). Later is nog aangetroffen bollebof van de bezaar voor ‘commissaris van politie’. Van het Jiddische ballebos, dat teruggaat op het Hebreeuwse baäl ha-bajit (‘heer des huizes’).
— ‘Hou je toet’, zei de dief naast haar, ‘as je de bollebof in z’n ponteneur tast, leg je zoo op straat.’ ¶ Jan Feith, Het verhaal van den dief (1909), p. 17
— De dichtkletsende deur, de neervallende gordijnen. De kroeg dicht, gesloten dood, stilte, alleen het krijschen van de bollebof dat z’n pestwijf ’et gedaan hêt. ¶ Benno Stokvis, ‘Zeedijkkroeg-ontruiming’, in: Nederland jrg. 74 (1922), p. 1141
— De werkelijkheid waarvan hij door een onzichtbaar waas gescheiden was, maar die hij uit de verte kon zien en hooren: de bollebof bij de toonbank, zuipende kerels, de muziek en dansende meiden. ¶ Benno Stokvis, De rooie (1929), p. 57. De schrijver verklaart de betekenis (‘baas’) in een voetnoot.

J. van de Kamp en J. van der Wijk (2006), Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal, Amsterdam; inclusief ongepubliceerde aanvullingen door de auteurs

bollebof: baas, grote meneer, rijke vent, (Barg.) van de (het) bajes: gevangenisdirecteur; van de sienemers: hoofd van politie; van de palmegoons (balmagones): generaal; van de Linke: president; van de prinse(ma)rij: hoofd van politie of justitie; van de mispet: procureur crimineel; van ’t melogen: baas van het werk; bollebof van de bezaar: meneertje, commissaris van politie; bolleboffin: bazin, waardin, kasteleinse | < Jidd. ballebos < Hebr. baäl ha bajis: heer des huizes (vgl. balboos, bolleboos).

— Ja, zij gaf eigenlijk geen bliksem om die snertkerel, al was hij bollebof van het Gerechtshof. (IS. QUERIDO, 1932)
— Op de plattegrond van het nieuwe raadhuis stond niet vermeld waar de verschillende afdelingen van gemeentelijke bedillerij zullen zijn gehuisvest. Van sommige kan een kind de plaats op zijn tien vingers narekenen. De portier zal bij de voordeur zijn jaarwedde zitten te rechtvaardigen, allicht, en de boden zullen voor de deur van de bolleboffen op de stem van hun meester zitten te darren. (MEYER SLUYSER, 1964)
— Ik was er zelf jaren eerder bij om die brug over het Haringvliet te propageren. Ik ben dan ook uitgenodigd bij de opening van die brug. Een van de bolleboffen in dat project las namelijk vijfenveertig jaar geleden als scholier mijn krant. (WILLEM RICHARD JACQUES WITTKAMPF, 1969)

H. Beem (1975), Resten van een taal: woordenboekje van het Nederlandse Jiddisch, Assen

bollebof Bargoense verbastering van bolleboos; commissaris van politie, baas.

H. Beem (1974), Uit Mokum en de mediene: Joodse woorden in Nederlandse omgeving, Assen

bollebof barg. verbastering van bolleboos z.a. met de betekenis: baas, in het bijzonder directeur van een gevangenis of commissaris van politie.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal