Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bolle - (zwaarlijvig persoon)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bolla s.nw.
1. Hare, gewoonlik van 'n vrou, wat op die kop vasgesteek is. 2. Deegpoffertjie met suiker en kaneel daarin.
Afleiding van bol, onder invloed van ouer Ndl. bolle 'bol', so genoem omdat die hare in 'n stywe bol vasgesteek word en omdat die deegpoffertjie bolvormig is. Eerste optekening in Afr. in bet. 1 op 7 April 1870 in die vorm boll (Scholtz 1965: 110).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

bolla: “vrouehaarwrong”; hou wsk. verb. m. bolle as ouer vorm v. Ndl. bol (q.v.), i.v.m. oorg. v. ausl. swak bekl. e tot a v. -a.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

bolle: (vnl. jeugdtaal) zwaarlijvig persoon; dikzak. Ook wel: bollie; bolle sjang (sjeng); bolle jan. In de jaren tachtig maakte een Amsterdamse caféhouder furore als volkszanger onder de artiestennaam Bolle Jan.

‘Dáár is een café, Bolle,’ zei de man achter het stuur. (Willy van der Heide, Drie jongens als circusdetective, 1952)
Het soort jongen dat na twee dagen militaire dienst door iedereen ‘bolle’ genoemd wordt. (W.F. Hermans, Nooit meer slapen, 1981)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal